Heideplannen slecht onderbouwd
Natuurbeheer of subsidiejacht?
Het project Heiderijk is een uiterst problematisch, opvallend kostbaar, maar vooral uitermate slecht onderbouwd project.
door Prof. dr. H. Zwart
Dat bleek ook onlangs ook op een commissiebijeenkomst in de gemeente Heumen waar het lot van bosgebied Heumensoord besproken werd. Woordvoerders van Heiderijk slaagden er niet in veel helderheid te verschaffen over hoe rekbaar het begrip ‘uitdunnen’ van het bos is. De informatie die op website van Heiderijk en tijdens mondelinge presentaties wordt ver strekt, is niet alleen schimmig, maar vooral eenzijdig. Dat kan iedereen vaststellen die het rapport ‘Herstel van de heide tussen Nijmegen en Mook’ raadpleegt. In plaats van een gedegen analyse van de bestaande situatie, of van een afgewogen overzicht van voors en tegens, wordt op zeer selectieve wijze vanaf een conclusie ‘onderbouwd’ die al bij voorbaat vastligt.
Bos moet verdwijnen voor heide, dat staat voorop. En de grote vijand van heide is volgens het rapport de eik. Door de klopjacht in te zetten op de eik en ander loofbomen, zou natuur hersteld kunnen worden. Dat lijkt bizar. Over de ecologische geschiedenis van Heumensoord is bijzonder veel bekend. De eerste documenten die tweeduizend jaar geleden van dit natuurgebied melding maakten, beschrijven het als een indrukwekkend eikenwoud. Eikenbomen en andere loofbomen zijn kunstwerken van de natuur, tempels van biodiversiteit die vele andere soorten een onderkomen bieden. Terwijl heide een kunstmatig landschap is, het gevolg van ontbossing door de mens. Waarom zou, in het kader van een herstelplan, de eik dan moeten verdwijnen? Omdat de auteurs hun ‘ referentiekader’ doelbewust hebben gekozen, namelijk halverwege de negentiende eeuw. Toen was de heide, na vele eeuwen van ontbossing, inderdaad op haar hoogtepunt. Wie (om redenen van subsidiejacht) bos door heide wil vervangen, kiest dus dit moment als historisch referentiekader. In diezelfde periode werd trouwens ook het laatste oerbos van Nederland gesloopt. Toen moest het Gelderse Beekbergerwoud plaatsmaken voor landbouwgrond (dat was toen in de mode), nu moeten de eiken van Heumensoord plaats maken voor heide (anno nu in de mode), maar in feite zijn het vergelijkbare overwegingen die de doorslag geven. Toen leverde de aanleg van weilanden geld op, nu de aanleg van heide.
Vervolgens wordt het begrippenpaar autochtoon – exoot ge?ntroduceerd, ook al twee termen die uiterst vatbaar zijn voor manipulatie. Loofbomen moeten het veld ruimen omdat ze ‘exoot’ zouden zijn. Dat wil zeggen, bomen zoals Canadese eiken of tamme kastanjes moeten worden vernietigd omdat hun verre voorouders ooit van elders kwamen. Terwijl ze toch belangrijke ecologische functies vervullen, zeker ook vanuit het oogpunt van biodiversiteit. Dat heide meer biodiversiteit zou vertegenwoordigen dan gemengd bos, is aantoonbaar onjuist.
De kans is bovendien groot dat het vernielde gebied in plaats van in heide in een zandverstuiving zal veranderen. Zodat we over tien jaar weer subsidie mogen verstrekken voor boomaanplant. In Heumen legde een woordvoerder van Milieudefensie nog eens uit waarom hij de heideplannen steunt. Natuurbeheer is nu eenmaal tuinieren, zo luidde zijn commentaar, en dat vergt soms harde ingrepen. Deze vergelijking is veelzeggend. Hoewel ook tuinieren als het goed is een dialoog zou moeten zijn met de natuur, zou natuurbeheer een dialoog van andere orde moeten zijn, waarbij aan de natuur zelf de hoofdrol wordt gegund en het woord primair aan de natuurlijke dynamiek zelfs zou moeten zijn.
Het geeft aan dat ook Milieudefensie heeft geleerd dat natuurbescherming geen geld oplevert, boskap wel. Heiderijk is een organisatie die uitstekend haar weg weet te vinden in de subsidiewereld, maar voor de natuur in Heumensoord weinig gevoel heeft. De ware exoot in het gebied is kortom Heiderijk zelf. Het gebied is in verkeerde handen gevallen. Het probleem is niet de gebrekkige communicatie en informatie zoals milieugroepen zeggen, maar het ontbreken van onderbouwing en respect voor datgene wat er is, en voor relaties tussen mensen en natuur. Beheren, niet reconstrueren van de natuur zou de opdracht moeten zijn.
Prof. dr. H. Zwart is hoogleraar Natuurfilosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen
Dit artikel is ook verschenen als opinieartikel in de De Gelderlander van 2 juni 2010


















@spnijmegen





Bezoek onze vernieuwde shop. Mooie kleding, leuke gadgets,
interessante boeken en rapporten...



Het spijt me zeer, maar ik lees hier toch uit dat deze hoogleraar natuurfilosofie niet veel weet van natuur en biodiversiteit. Een filosoof kan kiezen voor niets doen, maar dan veranderen bijvoorbeeld gebieden als De Bruuk en de Weerribben in wilgenbossen; hetis dan gedaan met heel,veel zeldzame soorten. Een natuurfilosoof kan schrijven over tuinieren als dialoog met de natuur, maar daarbij vergeten dat er dan toch een hoop “onkruid” gewied moet worden en ook jaarlijks wordt geoogst. Dat bos in hei wordt veranderd om subsidies binnen te halen is een bewering die hij klakkeloos, zonder concreet bewijs overneemt. En een bewering als ‘Het geeft aan dat Milieudefensie inmiddels van karakter is veranderd en heeft geleerd dat natuurbescherming geen geld oplevert, boskap wel’ slaat natuurlijk kant nog wal. Milieudefensie heeft, net als het IVN en de Werkgroep Milieubeheer Groesbeek, een lange staat van dienst in dit gebied. Op allerlei manieren zijn hun vrijwilligers betrokken bij kleinschalig beheerswerk en natuureducatie. Ze hebben diverse bouwprojecten in het bosgebied tegengehouden, proberen al een aantal jaren een nieuwe wegverbinding Groesbeek-A73 door bos en hei tegen te houden en doen op allerlei manieren hun best om de milieugevolgen van de landbouw op de natuur (stikstof, ammoniak, grondwaterverlaging…) aan te pakken. ?n ze constateren, op basis van jarenlang natuur inventariseren, dat een aantal aan heide en halfopen gebieden gebonden soorten de afgelopen decennia hard achteruit zijn gegaan. Dat past in een landelijk beeld: zo staat maar liefst 76% van de aan droge heide gebonden plantensoorten op de Rode Lijst van bedreigde soorten, tegenover 33% voor het type bossen dat we ten zuiden van Nijmegen aantreffen. Omdat de achteruitgang van biodiversiteit een mondiaal probleem is steunen de andere natuur- en milieugroepen dus uiter??rd het project Heiderijk.
Reactie door Jan Westhoff — donderdag 10 juni 2010 @ 21:48
Het opiniestuk van dhr. H. de Zwart bevatte een paar stellingen die vraagden om een reactie:
1 Het eikenwoud waar dhr. de Zwart naar refereert van 2000 jaar geleden bestond uit inheemse eiken, bovendien zou het mij niet verbazen dat ook hier een deel open was (door begrazing en of invloed van de mens) maar dat terzijde .
2 De ecologische waarde van de Canadese eik (offici?le naam Amerikaanse eik) is duidelijk minder dan de inheemse boomsoorten omdat er veel minder soorten insecten van het Europese continent op kunnen leven. Daarnaast is het een invasieve soort die door veel jonge opslag andere bossoorten verdringt. Hij wordt niet voor niets door vrijwel alle natuurbeherende organisaties in toenemende verwijderd (was ooit ingevoerd voor bosbouw). De stelling dat de Amerikaans eiken een belangrijke functie vervullen vanuit het oogpunt van biodiversiteit is dan ook onjuist.
3 Dhr. de Zwart stelt: “Dat heide meer biodiversiteit zou vertegenwoordigen dan gemengd bos in aantoonbaar onjuist”. Ook deze stelling vraagt om een reactie. Je moet heide/open terrein zien als onderdeel van het bos/natuurgebied. In heide/open terreinen komen heel veel andere soorten voor dan in het bos. Daarnaast is het de vraag naar welke soorten je kijkt. Indien je naar bosvogels kijk is het bos natuurlijk rijker, maar heb je het over inheemse bijen dan zijn de heide en open terreinen vele malen rijker. Daarnaast hebben vele ?typische bossoorten? juist hun favoriete leefgebied aan de randen van het bos. Denk bv aan typische bosvlinders die buiten de donkere bossen op zoek gaan naar nectar, of herten en ree?n die schuilen in het bos maar grazen in de opener terreindelen, roofvogels die er jagen, idem voor dassen en zo zijn er talloze voorbeelden te noemen. Een bos met plaatselijk open en halfopen plekken is dan ook altijd rijker aan biodiversiteit dan een gesloten bos.
Hiermee wil ik overigens niet ontkennen dat oude bossen van groot belang zijn voor biodiversiteit en dus goed beschermd moeten worden. Maar het is goed om te beseffen dat open en half open gebieden in bossen ook van levensbelang voor de biodiversiteit zijn. Een percentage van 10% (zoals na uitvoering van het Heiderijk-project) is dus helemaal niet absurd hoog.
Van nature kwamen er in West Europa veel soorten grazers voor (oerrund, tarpanpaard, wisent, edelhert, ree, wild zwijn, eland etc.) die toch voor een belangrijk hun voedsel moeten hebben verzameld in de open/half open habitats. Aangezien deze vrijwel allemaal sterk zijn afgenomen of verdwenen door de mens is het wat makkelijk om te zeggen dat de huidige natuur primair aan de natuurlijke dynamiek zou moeten worden overgelaten. Dit zou in deze tijd immers vrijwel overal leiden tot gesloten bos en een sterke achteruitgang voor de biodiversiteit betekenen. Natuurlijke graslanden en open habitats worden overigens wereldwijd sterk bedreigd door de mens (landbouw, bosbouw, bebouwing etc) maar hebben een lager knuffelgehalte dan de bossen en de achteruitgang blijft daarom ook onderbelicht.
4 De kans dat de gekapte stukken zandverstuivingen worden acht ik heel klein. Vrijwel alle zandverstuivingen in Nederland groeien namelijk dicht, o.a. met Tankmos (ook weer een exoot uit Amerika) en worden dus al jaren kunstmatig geholpen om maar te kunnen blijven stuiven.
Ongeacht of de zeldzame doelsoorten terugkomen en het streefbeeld heide gerealiseerd zal worden, zullen er vele planten en dieren zijn die van de ingreep zullen profiteren. Dat er ecologische winst geboekt zal worden staat dan ook bij ecologen nauwelijks ter discussie.
Pepijn Calle is een onafhankelijke ecoloog en is niet verbonden met het Heiderijk-project.
Reactie door Pepijn Calle — vrijdag 11 juni 2010 @ 10:25
Beste Pepijn Calle,
Om te beginnen is de verleden tijd van vragen niet vraagden maar vroegen. Bovendien had je hier kunnen volstaan met de tegenwoordige tijd vragen. Maar dit terzijde.
Beste allemaal,
1. Het gaat hier natuurlijk niet over een inheems eikenwoud, maar over een uitermate gevarieerd bos, zoals er in Nederland maar weinig meer bestaat. De coversie van bos naar heide vindt al op een zevental andere plaatsen in Nederland plaats, dus de noodzaak voor deze grootschalige kap ten behoeve van zeldzame soorten is op zijn minst discutabel.
2. Het is volkomen begrijpelijk dat uitheemse soorten worden geweerd. Vreemd genoeg geldt dat niet voor de Schotse hooglanders die ervoor moeten zorgen dat de Heumense schans een heidegebied blijft.
3. In het gebied zijn vele overgangen tussen bos en heide. De daarvan afhankelijke soorten komen dus al aan bod. Een kleine uitbreiding hiervan lijkt zinvol, maar om daar meer dan 10% van het bos aan op te offeren is echt te veel. Niet voor niets zat er in Heyendaal een uil in een woonwijk te broeden: zijn woning was gesloopt oftewel gekapt.
Er bestaat een bosbeheer dat voorziet in handhaving van de status quo. Dat heeft jaren goed gefuncioneerd. De reden om daar nu fors op in te grijpen is volkomen onduidelijk.
Juist het gegeven dat er vlak voor het begin van de werkzaamheden pas publiciteit aan is gegeven doet vermoeden dat deze zaak stinkt, en er andere motieven aan ten gronslag liggen dan welke worden aangedragen door Heiderijk.
Het argument dat de zaak op zijn beloop te laten vrijwel overal zou leiden tot aaneengesloten bos is in het huidige Nederland gewoonweg ridicuul. Overal wordt het land volgebouwd met (overbodige) bedrijfsterreinen, bredere autowegen en nieuwe woonwijken. Laten we in vredesnaam een van de laatste sinds honderd jaar ongerept gebleven natuurgebieden van Nederland niet ook vernietigen.
4. Natuurlijk heeft een zandverstuiving geen kans om te ontstaan. Maar het bijhouden van een heidegebied van de beoogde omvang vergt ook een forse investering van de gemeenschap, waarbij het resultaat ook nog eens niet gegarandeerd kan worden. Bij een kleinere omvang van de vernietiging zullen ook vele planten en dieren profiteren van de nu al doorgevoerde kap, die al meer is dan toegestaan volgens de vergunning. Maar er zijn ook vele planten en dieren die schade zullen ondervinden van de geplande ingrepen. Wie bepaalt de balans?
Dat er volgens de ecologen winst geboekt wordt, weegt volgens mij niet op tegen het verlies dat wij als natuurliefhebbers lijden door de teloorgang van een van de mooiste bosgebieden van Nederland. Men verzekert ons dat er over 50 jaar een fantastische natuur zal zijn ontstaan. Helaas ben ik dan al overleden. Als we willen genieten van heidegebieden dan kunnen we al op vele plaatsen terecht: de Straabrechtse heide bij Eindhoven, De Posbank boven Arnhem, de diverse gebieden in Drente, enz,enz….
Zelfs de Heumense en Mookse schans zijn al behoorlijk groot.
Als het regent of stormt, of als de zon ongenadig brandt, ben ik altijd weer blij met de beschutting van de bomen van het bos.
De grootste stronken van de gekapte bomen,boven de 100 jaarringen, zijn per onmiddelijk afgevoerd, zodat het lijkt dat er slechts tot 100 jaar oud is gekapt. Opnieuw een bewijs dat ze proberen ons een rad voor ogen te draaien
Met name langs het spoorlijntje van Nijmegen naar Kleef zijn alle bomen verdwenen; hier prevaleert het economisch belang, hoewel er over hernieuwde ingebruikstelling van deze spoorlijn nog lang geen overeenstemming is. De gemeente Groesbeek zit er niet op te wachten. Op 20 meter aan beide zijden van de roestige rails zijn alvast de oude eiken en douglassparren gerooid, in samenspraak met Pro-rail, dat medeparticipeert in Heiderijk.
Ik vind het bijzonder teleurstellend dat deze hele zaak wordt bekonkeld achter de rug om van de belanghebbende gebruiker.
Max van den Berg, natuurliefhebber, amateur ornitoloog, frequent bezoeker van deze bossen, en geschokt door de grootschalige vermorzeling hiervan.
Reactie door Max van den Berg — zaterdag 12 juni 2010 @ 2:22
Een van de uitzendingen van TV Buitengewoon gaat over de Hatertse en Overasseltse Vennen en legt uit waarom daar zoveel wordt gekapt. Daar is in de discussie over Heiderijk ook een aantal keren naar verwezen: http://www.omroepgelderland.nl/web/Nieuws/nieuwsartikel/601891/BuitenGewoon-afl.-4-27-mei.htm. Ook de andere uitzendingen zijn interessant. In de uitzending over de Veluwezoom wordt bijv. een bos bekeken waar niet wordt ingegrepen en waar een belangrijke rol is gegeven aan grote grazers.
(Let op: de uitzendingen duren ruim een half uur. Na het onderdeel “maatjes”
loopt de uitzending over het betreffende natuurgebied weer door.
Reactie door Ronald Aalders — woensdag 16 juni 2010 @ 19:12
Beste Max van den Berg,
Om te beginnen is het conversie en gefunctioneerd, niet coversie en gefuncioneerd. Maar ook dit terzijde. Ik ga in op de punten die je noemt.
1. Bos- en natuurkenners weten dat er in Nederland heel wat veel gevarieerdere bossen zijn met op soms kleine oppervlakten een veel grotere biodiversiteit dan het bosgebied op de zandgronden ten zuiden van Nijmegen. De grote variatie die er hier toch nog is zit ?m vooral in het grote oppervlak. Door dat formaat is 10% conversie ook zeer verdedigbaar. Het is gewoon niet waar dat ?het bos wordt vernietigd?, wel is er deze winter in ??n keer tamelijk grootschalig opgetreden. Dat verklaart m.i. de heftige reacties.
2. De opmerking over Schotse hooglanders slaat kant nog wal. Veel uitheemse bomen en struiken, waaronder de Amerikaans eik, verdringen inheemse, soms zeldzame soorten met veel andere daaraan gebonden soorten. Voor Schotse hooglanders geldt dat nou juist niet: onze inheemse rundersoorten zijn eeuwen geleden uitgeroeid, natuurbeheerders zijn dus al enkele decennia op zoek naar runderen om hun belangrijke functie in de natuur te hervatten.
3. In het gebied zijn vele overgangen tussen bos en heide, dat klopt. Maar de daarvan afhankelijke soorten komen juist steeds m?nder aan bod. Om het overleven van hun populaties mogelijk te maken krijgen ze meer leefruimte. Dat gaat inderdaad ten koste van sommige, maar minder zeldzame vogelsoorten.
De bewering dat er pas vlak voor het begin van de werkzaamheden publiciteit aan is gegeven is klinkklare nonsens. Z?ker had de communicatie veel beter gekund en in een eerder stadium was overleg met meer groepen bosgebruikers op z?n plaats geweest. Maar er is helemaal niets verzwegen, al jarenlang wordt gepubliceerd over de plannen. Feitelijk heeft een flink aantal mensen, waaronder gemeentebestuurders en bosliefhebbers, gewoon zitten slapen of zich niet voor de plannen ge?nteresseerd.
Het argument dat de zaak op zijn beloop laten vrijwel overal zou leiden tot aaneengesloten bos is z?ker niet ridicuul; voor natuur op droge grond die natuur blijft is dat gewoon een feit. De vergelijking met het volbouwen van ons land slaat nergens op, het zijn immers juist de natuur- en milieugroepen die nu onder vuur liggen die zich d??r al jarenlang tegen verzetten.
4. Onder punt 4 worden diverse zaken in navolging van ?Red Ons Bos? in een bepaald daglicht geplaatst. Ook ik ben kritisch over de wijze waarop de werkzaamheden zijn uitgevoerd. Maar ik zie daar geen complot achter, de aanwijzingen daarvoor zijn flinterdun; dit blijft toch vooral een kwestie van perceptie. Ik kan wel zeggen dat ik de smalle open strook langs het spoortje naar Groesbeek erg mooi vond, maar de openheid de afgelopen jaren wel steeds meer verdween. De brede corridor die nu is geschapen biedt de kans om over een aantal jaren een mooie variatie te laten ontstaan van open of met heide begroeide, zonnige plekken langs het spoor tot meer opgaande vegetatie en struikvorming tegen de bosrand. Ik heb overigens nu al een paar keer genoten van prachtige, rood gekleurde zonsondergangen die nu vanuit de spoorcorridor (weer) goed zichtbaar zijn. Ook de nachtzwaluwen bij de Mulderskop laten zich weer horen; ik kan niet wachten op hun toename over enkele jaren. En nu nog, liefst gezamenlijk, de Biesseltse Baan autoluw maken!
Reactie door Alex de Meijer — woensdag 16 juni 2010 @ 19:57