Nijmegen dreigt steeds verder opgedeeld te worden in wijken waar het goed gaat en wijken waarvan delen afglijden naar kansarme buurten. In die laatste wijken is er een hoge concentratie van problemen als laag opgeleide bevolking met weinig inkomen, een hoge werkloosheid en weinig kansen op de arbeidsmarkt. De leefbaarheid in die wijken staat sterk onder druk waardoor iedereen die het iets beter heeft zo snel mogelijk vertrekt. Bovendien wonen in diezelfde wijken niet zelden veel kansarme allochtonen die er nog een taal- en integratieprobleem bij hebben.
Een overgrote meerderheid van de bevolking onderschrijft echter de wens van een ongedeelde stad. Dat geldt ook voor Turken en Marokkanen. Ook zij willen graag in een gemengde wijk wonen en willen graag dat hun kinderen naar een gemengde school gaan. Probleem is alleen dat kansarmen op de woningmarkt niet aan de bak komen in gewilde 'witte' wijken. De concurrentie van mensen met een lange woonduur is zo groot dat er voor kansarmen op de woningmarkt weinig anders overblijft dan een kansarme ongewilde buurt.
Tot nu toe werd door zowel woningcorporaties als vrijwel de gehele politiek ontkend dat de 'vrije woningkeuze' via Entree in de praktijk niet werkt. Entree geeft kansrijken meer kans en kansarmen minder kans, omdat alleen woonduur of inschrijftijd bepalend is voor iemands kans op een huurwoning. Op basis van feiten zal ik aantonen dat het huidige systeem van woningtoewijzing discrimineert. Het discrimineert op zo'n wijze dat 'witte' wijken relatief witter worden en 'zwarte' wijken steeds zwarter.
Het is geen nieuws dat allochtonen ongelijk verdeeld over de stad wonen. In de vijf hoogst scorende wijken (Meijhorst, Malvert, Willemskwartier, Wolfskuil en Aldenhof) wonen nu gemiddeld 30 procent allochtonen. In de vijf laagst scorende wijken (Brakkenstein, Hees, Lent, Hazenkamp en St Anna) wonen gemiddeld 6 procent allochtonen.
Deze verdeling zegt echter niets over de effecten van Entree sinds de invoering in 2001. Daarom moet je kijken naar de ontwikkeling van het percentage niet westerse allochtonen tussen 2001 en 2004. Dan blijkt dat de toename van het aantal allochtonen ongelijk verdeeld is over de stad. In de vijf wijken met de hoogste toename (Neerbosch, Malvert, Hatert, Meijhorst en Heseveld) groeit het percentage allochtonen twee keer zo snel als gemiddeld met 3,2 procent. In de vijf wijken met de laagste toename (Kwakkenberg, Oosterhout, Benedenstad, Hunnerberg en Weezenhof) groeit het percentage allochtonen vijf keer zo langzaam als gemiddeld met 0,3 procent.
Dit feit zegt echter niets over de ongelijke verdeling van huurwoningen als gevolg van Entree.
In vier van de vijf laagst scorende wijken is de koopmarkt zo dominant, dat achterblijvende groei van het aantal allochtonen, meer zegt over de ontoegankelijkheid van koopwoningen voor lage inkomens, dan over de verdeling binnen de huurmarkt. Om een uitspraak te kunnen doen over Entree is het daarom verstandig om wijken met minder dan 21 procent corporatiewoningen (de helft van het gemiddelde) buiten beschouwing te laten. Het gaat dan om de Hazenkamp, Hunnerberg, Kwakkenberg, Weezenhof, Galgenveld, Centrum en Oosterhout.
Vergelijken we dan de hoogste groeiers met de laagste groeiers (Altrade, Goffert, St Anna, Bottendaal, Benedenstad) dan bedraagt de groei 3,2 procent versus 0,7 procent. In 2001 bedroeg het percentage allochtonen in de grootste groeiwijken 23 procent en in de laagste groeiwijken 9,5 procent. Conclusie: allochtonen wonen niet alleen ongelijk verdeeld over de stad, die ongelijke verdeling neemt alleen maar toe. Zwarte wijken worden relatief steeds zwarter, witte wijken worden relatief steeds witter.
Om een uitspraak over Entree te kunnen doen, moeten de cijfers voor de hoogste groeiers en de laagste groeiers wel gecorrigeerd worden voor het aantal huurwoningen. De conclusie is dan dat de groei van het percentage allochtonen in de grootste groeiwijken 40 procent hoger ligt dan je op grond van het aantal huurwoningen zou mogen verwachten. En de groei in de laagste groeiwijken 50 procent lager ligt dan te verwachten. En dit terwijl de huren in deze wijken goed vergelijkbaar zijn.
Er rest daarom maar een conclusie. Het huidige systeem van Entree discrimineert. Het discrimineert op zo'n wijze dat witte wijken relatief witter worden en zwarte wijken steeds zwarter. Wie dat onaanvaardbaar vindt, moet concluderen dat het systeem van Entree op de schop moet. Degenen die Entree nog langer in zijn huidige vorm willen handhaven, pleiten daarmee voor een verdere tweedeling van de stad.
Gelukkig wil een meerderheid van de Nijmeegse gemeenteraad dat Entree op de schop gaat. Waar nu nog woonduur of inschrijftijd bepalend is voor de kans op een huurwoning, moet inkomen ook een rol van betekenis gaan spelen. Op welke wijze dit precies wordt ingevuld is een kwestie van onderzoek. In de kern gaat het erom dat de gemeente een instrument in handen krijgt om de tweedeling tussen kansarme 'zwarte' en kansrijke 'witte' wijken en een halt toe te roepen.
In de Gelderlander van afgelopen woensdag heb ik dit om een aantal redenen een 'historisch besluit' genoemd. Tot voor kort stond de SP vrijwel alleen in haar opvatting dat inkomen een rol moet gaan spelen bij de woningtoewijzing. Op dit moment kent Nijmegen nog geen echte 'witte' en 'zwarte' wijken. Maar doen we nu niets, dan hebben we over tien jaar wel dezelfde problemen als in de Randstad. Nu een meerderheid van de gemeenteraad dit onderschrijft, kunnen we echt aan de slag om de tweedeling tussen kansarme en kansrijke wijken tegen te gaan. Dat is in het belang van de leefbaarheid van alle wijken, maar vooral ook in het belang van de kinderen die nu in die kansarme wijken opgroeien. Zij hebben immers net als ieder kind recht op een goede toekomst.
Dit opinie-artikel verscheen op 28 februari 2005 in De Gelderlander
Bezoek onze vernieuwde shop. Mooie kleding, leuke gadgets,
interessante boeken en rapporten...