Nijmegen, 30 januari 2007
Aan: Het College van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen
Van: Hans van Hooft jr, namens de SP-fractie
Betreft: Schriftelijke vragen, conform artikel 39 van het reglement van orde
Onderwerp: Omgang tussen politie en jongeren
Geacht college,
ROOD, jong in de SP, heeft in Nijmegen een enquête gehouden onder 95 jongeren over de omgang tussen de politie en jongeren in Nijmegen (http://nijmegen.sp.nl/bericht/13766). De resultaten van dit onderzoek brengen een aantal zaken naar voren waar we als SP-fractie meer helderheid over willen van het college.
De enquête is gehouden onder 95 jongeren, van 17 nationaliteiten uit 20 buurten in Nijmegen die ROOD aansprak bij hangplekken in de buurten. Uiteindelijk waren er 86 enquêtes bruikbaar. Van de deelnemers had 45,3% een autochtone achtergrond, 53,5% heeft een allochtone achtergrond. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers 17,4 jaar. Tot zo ver wat over de achtergrond van deze jongeren.
Een van de redenen waar het ROOD om ging, was de ID-plicht. Uit de enquête blijkt dat 81,4% van de ondervraagden wel eens om hun ID-bewijs is gevraagd, terwijl naar oordeel van de jongeren het in bijna 80% (79,25%) van de gevallen onterecht was. Argumenten om het ID-bewijs te vragen waren routinecontrole, het overtreden van een samenscholingverbod of het bijhouden met wie ze te maken hebben.
Van de ondervraagde jongeren is een grote meerderheid (59,5%) negatief over het gedrag van de politie ten opzichte van jongeren. Het meest gehoord is dat de politie zich niet goed, slecht of asociaal gedraagt (21,4%), anderen zeiden stoer (13,1%) of onvriendelijk (8,3%) of gebruikten andere negatieve bewoordingen. Opvallend is dat 6% van de ondervraagden uit zichzelf zei dat agenten zich racistisch gedroegen. Slechts 30% van de jongeren heeft een positief oordeel over het gedrag van de politie, 10,7% noemt het gedrag van de politie wisselend en 6% noemt de politie streng.
Hoewel allochtone als autochtone jongeren ongeveer even vaak om hun legitimatie is gevraagd beoordelen allochtone jongeren het politieoptreden negatiever dan autochtone jongeren. Zo vindt bijna 90 procent van de allochtone jongeren de vraag om een legitimatiebewijs onterecht terwijl dit antwoord bij autochtone jongeren 70 procent scoort. Allochtone jongeren denken in 60 procent van de gevallen dat het gedrag van de politie iets te maken heeft met de etniciteit van de jongeren zelf. Bij autochtone jongeren scoort deze vraag 20 procent.
Ook blijkt er een duidelijk verband tussen het oordeel van de jongeren over de voorzieningen in de wijk en het oordeel over het politieoptreden. Jongeren die positief zijn over de activiteiten in hun wijk beoordelen het politieoptreden in tweederde van de gevallen ook positief. Jongeren die negatief zijn over de activiteiten in hun wijk beoordelen het politieoptreden in tweederde van de gevallen ook negatief.
De SP heeft ambtelijk enkele zaken nagevraagd ten behoeve van dit onderzoek, met name over het samenscholingsverbod. In de APV is dit op 2 manieren geregeld, namelijk via artikel 2.1.1.1 (samenscholing) en artikel 2.4.1 (gebiedsontzegging). Uit navraag blijkt dat interpretatie van met name het eerst genoemde artikel door de gemeente een andere is dan door de politie. Daar waar de gemeente stelt dat “Het gebruik van het samenscholingsverbod richting jongeren is onbekend. Het artikel wordt overigens pas ingezet als er op enigerlei wijze een dreiging is voor wanordelijkheden.” Stelt de politie: “Het samenscholingsverbod wordt niet zozeer gebruikt. Wel is het zo dat wij mensen (ook jeugd) bekeuren als zij zich ophouden in portieken, ingangen van winkels, passages, speeltuinen en dergelijke. Dit doen wij omdat wij veel meldingen hieromtrent krijgen.”
Een ander punt betreft de identificatieplicht. Uit eerdere schriftelijke vragen blijkt dat een aantal zaken niet worden bijgehouden in de administratie van de politie (zoals het niet bijhouden van de reden waarom er om een ID-bewijs wordt gevraagd, het ‘dubbel' beboeten of uit dreiging van terrorisme). Wel blijkt dat in 25% van de opgemaakte processen verbaal over de ID-plicht het een persoon jonger dan 18 jaar betrof.
Onze fractie wil daarom graag het volgende van uw college weten:
Met vriendelijke groet, namens de SP-fractie, Hans van Hooft jr. Antwoorden van het college van B&W
Geachte leden van de SP-fractie,
Op 30 januari 2007 heeft u het college, naar aanleiding van uw enquete onder 95 jongeren in Nijmegen, vragen gesteld over de omgang tussen politie en jongeren in Nijmegen. Hoewel uw vragen gesteld zijn aan het college, betreffen ze inhoudelijk de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan burgemeester.
De beantwoording van uw vragen heeft wat langer op zich laten wachten dan de procedure voorschrijft, omdat de vragen moesten worden afgestemd met verschillende partners die bij dit antwoord betrokken zijn.
Hierna behandel ik successievelijk het antwoord op uw vragen.
1. Wat is de mening van het college over de uitkomsten van het rapport ‘Enquete omgang politie en jongeren in Nijmegen'?
In uw rapport trekt u stevige conclusies over de omgang tussen politie en jongeren. De titel van uw rapport suggereert dat het gaat om een breed onderzoek. Ik heb het onderzoeksrapport voorgelegd aan de afdeling Onderzoek en Statistiek (O&S) van de gemeente Nijmegen. Onze afdeling O&S is van mening dat het rapport onvoldoende representatief is en dat vooral jongeren benaderd zijn die te vinden zijn bij hangplekken. De uitkomsten van dit onderzoek doen ook de politie geloven dat de onderzoekers een bovengemiddeld aantal van deze categorie jongeren heeft gesproken. Omdat deze groepen jongeren geregeld streng worden aangepakt, zullen ze ook minder positief zijn over de politie. Het percentage van 59,5 procent dat negatief is over het gedrag van de politie, lijkt mij dan ook niet representatief voor de relatie die de politie in Nijmegen in het algemeen heeft met jongeren.
2. Deelt het college de mening van de SP dat het zorgelijk is dat jongeren een negatief beeld hebben over de politie?
Het zal duidelijk zijn dat bepaalde jongeren, door hun gedrag, houding of handelen, onvrijwillig contact hebben met de politie. Het is ook een illusie om te denken dat de politie applaus kan verwachten na dergelijk streng optreden. In die zin is de reactie van de jongeren niet meer dan logisch.
3. Wat wil het college (eventueel in overleg met de politie) doen om dit beeld positief bij te stellen? En is het college bereid jongeren waar het om gaat hierin te betrekken?
Ik vermoed dat het beeld positiever was geweest bij een breder en representatiever onderzoek. Ik ben van mening dat het wel belangrijk is dat de politie en onze toezichthouders in contact zijn met jongeren. Overigens, indien het contact tussen jongeren en politie onbevredigend verloopt, bestaat voor de jongeren altijd de mogelijkheid een formele klacht in te dienen.
4. Hoe denkt het college over het feit dat met name allochtone jongeren zich onjuist behandeld voelen door de politie?
In uw onderzoek had 53,5 procent van de ondervraagde jongeren een allochtone achtergrond. Dat is beduidend meer dan het percentage allochtone jongeren in de stad. Ik ga er van uit dat de jongeren terecht aangesproken zijn door de politie. Toch heb ik zeker belangstelling voor de achtergronden van het feit dat met name allochtone jongeren zich onjuist behandeld voelen.
5. Is het college het eens met de SP dat er een relatie bestaat tussen de aanwezigheid van voorzieningen en minder overlast door jongeren in de wijken? Zo ja, welke plannen heeft het college om meer voorzieningen voor jongeren te realiseren en waar is dit volgens het college op dit moment het meest noodzakelijk?
Ik denk zeker dat er een relatie bestaat tussen voorzieningen en overlast van jongeren. Onder het motto "We stoppen niet met spelen omdat we oud worden, we worden oud omdat we stoppen met spelen", is en wordt door ons college getracht jongere burgers in verschillende leeftijdscategoriën uit te dagen om buiten te spelen en sporten. We hebben per wijk een analyse gemaakt van de behoeften aan speelvoorzieningen het aanbod daarvan. Voor alle discrepanties tussen vraag en aanbod worden voorstellen gedaan in onze nota Kom je buiten spelen 2007-2010 . Het betreft hier voorzieningen voor kinderen uit de leeftijdscategorie "basisgeneratie (lagere school). Er is voorzien in een financiële paragraaf waarin alle kosten (investering, onderhoud, schoonmaak e.d.) zijn meegenomen. Deze nota is inmiddels behandeld in uw raadsvergadering van 28 februari.
Verder is in voorbereiding de nota Van buiten spelen naar buiten sporten , waarin voor de jeugd vanaf 12 jaar eenzelfde analyse wordt gemaakt: per wijk zijn per leeftijdsgroep de behoeften en aanwezige voorzieningen in kaart gebracht. Het betreft hier het hele scale aan voorzieningen, zoals trapvelden, basketbalpleinen, meervoudige sport en spelpleinen, Cruyfcourt, JOPs, scateparken, wijkspeelplekken, stedelijke speeltuinen en zelfs Jeu de boulesbanen voor de wat ouderen. Behandeling van deze nota kunt u naar alle waarschijnlijkheid tegemoetzien in april.
6. Heeft het college voldoende middelen om voorzieningen voor jongeren te realiseren? Zo nee, waar doen zich dan tekorten voor?
Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag 5.
7. Jongeren lijken met name de dupe te worden van de ID-plicht. Is het college het met de SP eens dat de gebruikte redenen vaak niet in overeenstemming zijn met de redenen waarvoor de wet is ingevoerd?
De toepassing van de wet ID is inderdaad niet altijd in overeenstemming met de redenen waarvoor de wet oorspronkelijk is ingevoerd, namelijk terrorisme en extreem geweld. Nu wordt de wet veel meer toegepast bij andere overtredingen. Hier is het een goed middel gebleken. Het spreekt voor zich dat de politie volgens vastgestelde richtlijnen handelt. Eind 2006 is bij de politie een intern onderzoek uitgevoerd om te bekijken of de beleidsafspraken nog wel actueel zijn en of deze voldoende bekend zijn bij de agenten op straat. Uit dit onderzoek zijn geen grote onvolkomenheden naar voren gekomen.
8. Wil het college bij de politie aandringen op een betere administratie van boetes als gevolg van de ID-plicht? De SP denkt aan het opnemen van de mogelijkheid om aan te geven dat er beboet is in combinatie met een andere boete en beboeting wegens terrorismedreiging.
Ik ben van mening dat de registratie bij de politie van uitgeschreven bekeuringen voldoende volledig is om analyses te kunnen maken en antwoorden te kunnen geven op vragen van derden. Wel zijn dergelijke verzoeken erg bewerkelijk. Een aanpassing is mijns inziens niet nodig.
9. Hoe staat het college tegenover het gebruik van het samenscholingsverbod?
Ik ben van mening dat een samenscholingsverbod een goed hulpmiddel kan zijn om op te treden in geval van verstoring van de openbare orde en het tegengaan van overlast. Daarmee probeer ik het subjectieve gevoel van veiligheid in de stad te verhogen. Een samenscholingsverbod is overigens een middel dat door de politie niet lichtzinnig mag worden ingezet.
10. Wat zijn volgens het college wanordelijkheden? En wanneer is er sprake van dreiging van wanordelijkheden? Rekent het college in principe het ophouden van jongeren in de wijk bij een jongeren ontmoetingsplek of speeltuintje tot dreiging van wanordelijkheden?
Het is moeilijk om het begrip wanordelijkheden te definiëren. De omstandigheden per geval bepalen of er sprake is van wanordelijkheden. Per geval dient daarom beoordeeld te worden of de (dreiging voor) wanordelijkheden en de verstoring van de openbare orde aanleiding vormen voor een optreden van het bevoegd gezag. Bijvoorbeeld voor een toepassing van artikel 2.1.1.1 van de APV (samenscholingsverbod). Dit oordeel is overigens niet aan het college, maar aan de burgemeester.
Het ophouden van jongeren in de wijk bij een jongeren ontmoetingsplek of speeltuintje vormt op zichzelf genomen geen dreiging voor wanordelijkheden. Anders is het natuurlijk als dit “ophouden” hinderlijk is voor de omgeving doordat de jongeren overlastgevend gedrag vertonen.
11. Is het college het eens met de SP dat er een verschil zit in interpretatie tussen de gemeente en de politie over het samenscholingsverbod? Zo ja, welke interpretatie dient leidend te zijn? Zo nee, hoe kan het dan dat de SP-fractie twee verschillende interpretaties als antwoord op vragen krijgt?
Ik deel de mening van de SP niet dat er een verschil zit in interpretatie tussen de gemeente en de politie over de toepassing van het samenscholingsverbod. Dit artikel wordt alleen toegepast als er sprake is van (een dreiging voor) wanordelijkheden.
Met vriendelijke groet,
De Burgemeester van Nijmegen
mr. Th.C. de Graaf
Het belangrijkste nieuws van de fractie valt te lezen op de nieuwspagina.
De raadsleden stellen regelmatig schriftelijke
vragen en dienen moties en amendementen
in bij raadsvergaderingen. Ook zijn de initiatiefvoorstellen te lezen en de belangrijkste debatbijdragen.
Op een aantal thema's worden dossiers bijgehouden.
De wethouders hebben een aparte pagina, waar
ook valt te lezen hoe ze zijn te bereiken.
Contact opnemen kan ook. Kijk wanneer de fractieassistent aanwezig
is of vul direct een contactformulier in.
Welke kant de SP op wil in Nijmegen valt te lezen in het verkiezingsprogramma
2006 - 2010 .
Bezoek onze vernieuwde shop. Mooie kleding, leuke gadgets,
interessante boeken en rapporten...