Het voorliggende voorstel is een initiatief van de SP, het CDA en Groen Links. Het CDA heeft in maart een concept voorstel voorgelegd aan de commissie AB waarbij het accent lag op de repressieve kant. De SP had reeds vragen gesteld aan de wethouder zorg omtrent de problematiek rondom huisuitzettingen. De SP benadrukt het belang van preventie waarbij volgens haar sterk ingezet moet worden op een goede regievoering in de hulpverlening. Het Meldpunt Bijzondere Zorg (MBZ) kan hieraan in belangrijke mate bijdragen. Groen Links is bezig met het uitwerken van een wijkgerichte aanpak aangaande veiligheid en leefbaarheid. Besloten is om een gezamenlijk voorstel in te dienen aangaande de woonproblematiek waarbij het accent ligt op zowel preventie (beter oplijnen van de zorg), de interactie (wijkgerichte aanpak en buurtbemiddeling) alsook repressie (duidelijke afspraken met overlastgevers, inzetten van drang en dwangmaatregelen en eventueel containerbewoning). Het voorstel past binnen de kaderstellende notitie voor integrale veiligheid en zal voorgelegd worden aan de commissie AB. Stesa zal aanschuiven omdat hier ook nadrukkelijk een zorgcomponent in zit.
Het aantal mensen dat ernstig in de problemen komt is schrikbarend toegenomen. De problematiek waarmee zij kampen is ook steeds complexer. De hulpverlening blijkt in veel gevallen niet effectief genoeg omdat er teveel langs elkaar heen gewerkt wordt. Elke instelling werkt vanuit een eigen discipline en deze versnippering komt de hulpverlening niet ten goede.
Voor degenen die met de hulpverlening te maken hebben werkt dit alles verwarrend met als gevolg dat zij zorg gaan mijden. Situaties kunnen dermate escaleren dat woningbouwverenigingen ten lange leste besluiten tot huisuitzetting. In veel gevallen gaat het hierbij om huurachterstanden maar in een aantal situaties speelt overlast een rol en wel zodanig dat een hele buurt zich geïntimideerd weet. Dit moet effectiever aangepakt worden.
Een huisuitzetting is geen oplossing want problemen verplaatsen zich. Het is noodzakelijk dat de (preventieve) zorg goed gecoördineerd wordt, dat duidelijk is wie, wanneer, wat doet en dat ook het (overlastgevende) huishouden duidelijk heeft welke afspraken er gelden. Aan het MBZ wordt hierbij de uitvoerende regietaak toegedicht. Omdat het zowel om zorg als om openbare veiligheid gaat is het noodzakelijk dat er een duidelijk agressieprotocol wordt opgesteld met daarin afgebakend tot hoever de zorg reikt en vanaf wanneer drang en dwangmiddelen noodzakelijk zijn. Om alle instellingen zo efficiënt mogelijk samen te laten werken moet er een privacyreglement worden opgesteld zodat gegevens, vertrouwelijk, kunnen worden uitgewisseld. Daarnaast is het noodzakelijk om alle mogelijkheden van administratieve en civielrechtelijke handhaving in kaart te brengen en inzichtelijk te maken.
Ten slotte willen we zoveel als mogelijk inzetten op een wijkgerichte aanpak. Hierbij denken we onder andere aan de inzet van het MBZ op wijkniveau, in eerste instantie op aanvraag vanuit de wijkteams, de teams waarin politie, wijkmanager en andere organisaties al reeds overleg voeren. Ook willen we meer ruimte voor buurtbemiddeling waarbij het MBZ een coördinerende rol kan spelen. Onderzocht moet worden of en in hoeverre hiertoe een speciale expertise ingehuurd dan wel ontwikkeld moet worden.
WoonproblematiekDe woonproblematiek kan manifest worden in de vorm van een burenruzie die steeds verder oploopt. Soms gaat het hierbij om kleine conflicten waarbij bemiddeling soelaas kan bieden. In een aantal gevallen is duidelijk sprake van een overlastgevend huishouden waarbij hele buurten geterroriseerd worden. In de meeste gevallen, volgens Talis in 90 tot 95 procent, manifesteert de problematiek zich via een oplopende huurachterstand. Huurders reageren niet altijd op interventie van de woningbouwverenigingen(brieven) of pas in een zeer laat stadium waardoor reeds een juridische procedure is ingezet. Het aantal huishoudens dat uit huis wordt gezet is de afgelopen tijd schrikbarend toegenomen. Alleen al bij Portaal en Talis zijn in 2004 130 huishoudens op straat gezet. Bij de meldingen bij het MBZ gaat het in 71 procent om Nijmeegse situaties en in 29 procent om situaties uit de regiogemeenten. Bij een significant deel gaat het, volgens het MBZ, om huishoudens met kinderen(20 procent). In de praktijk blijkt achter de huurschuld in veel gevallen een complexe problematiek schuil te gaan, de zogenaamde multi-problemcasuïstiek. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan financiële problemen, relatieproblemen, opvoedingsproblematiek, kindermishandeling, psychiatrische problematiek, verslaving alsook contacten met politie en justitie.
Vaak zijn verschillende hulpverleningsinstanties, onafhankelijk van elkaar, reeds actief in betreffend huishouden. Zowel de hulpverleningsinstanties, maar ook de woningbouwverenigingen, politie en het MBZ geven aan dat het onderlinge contact onvoldoende is, er te weinig of te laat doorverwezen wordt, de hulp niet op elkaar is afgestemd e.d. Het MBZ geeft aan dat zij effectiever kan interveniëren als zij in een zo vroeg mogelijk stadium op de hoogte wordt gesteld. Er zou een convenant met woningbouwverenigingen afgesloten kunnen worden dat deze het MBZ standaard informeren in een zo vroeg mogelijk stadium, bijvoorbeeld binnen 2 maanden dat er huurachterstand is. Het MBZ kan dan een huisbezoek arrangeren en indien noodzakelijk passende hulp toeleiden. Om tot een goede afloop te komen is het noodzakelijk dat het MBZ het proces van begin tot einde bewaakt. Ook in geval van burenruzie en/of intimidatie kan het MBZ interveniëren en zorg dragen voor passende hulp.
Regie en coördinatie via het Meldpunt Bijzondere Zorg.Het Meldpunt Bijzondere Zorg is in eerste instantie ingesteld om in geval van problemen, waarvan zij op de hoogte wordt gesteld via diverse instanties, hulp toe te geleiden naar betreffend huishouden. Het doel hierbij is zowel het voorkomen en bestrijden van overlast alsook het bieden van zorg aan de zogenoemde 'zorgwekkende zorgmijders'. Het MBZ geeft aan dat zij in 98 procent van de situaties die zij heeft meegemaakt toegang heeft gekregen tot betreffend huishouden en in eerste instantie hulp is geaccepteerd. Om deze toeleiding van zorg zo goed mogelijk te realiseren moeten er samenwerkingsafspraken gemaakt worden met alle betrokken instanties.
Het MBZ geeft aan dat het steeds moeilijker wordt deze problematiek adequaat aan te pakken, niet in de laatste plaats omdat de casuïstiek complexer wordt. Daarnaast moet elke keer een afweging gemaakt worden tussen de belangen van de cliënt en diens leefomgeving, de buurt.
Een heel belangrijk probleem is evenwel dat ondanks de inzet en goede wil van alle betrokkenen de samenwerking problemen geeft, o.a. als gevolg van de diverse geldstromen en daaraan verbonden productieafspraken, het verschil in visie en missie van de verschillende instanties en de verschillende belangen(hulp of bestrijding overlast).
In het veld blijkt een groeiende behoefte aan regievoering en coördinatie. Het MBZ wordt steeds vaker gevraagd de regie op zich te nemen.
Het MBZ geeft aan dat zij, indien zij daartoe het mandaat krijgt alsook de benodigde middelen, zij zeer wel bereid is de taakstelling van de regievoering op zich te nemen. Het gaat hierbij dan met name om de complexe problematiek waarbij het hele traject gevolgd gaat worden en ook ingezet gaat worden op nacontrole.
Om tot een zo efficiënt mogelijke invulling te komen van de regietaak zijn een aantal voorwaarden belangrijk:
In geval hulpverlening onmogelijk blijkt is het MBZ gehouden aan doorverwijzing daar waar de noodzaak tot drang en dwangmaatregelen vereist is.
BuurtbemiddelingHet MBZ is een regionale voorziening en opereert op stedelijk niveau, dwz zij opereert van uit een centrale voorziening, vanuit de GGD. Om de vroegtijdige interventies te intensiveren zou een wijkgerichte aanpak ondersteunend werken. Het MBZ zal een plek moeten krijgen binnen bestaande wijkteams dus naast de politie, de wijkmanager, de kinderbescherming, de woningbouwcorporatie etc. Essentieel is om te komen tot een structurele afstemming. Centrale meldingen bij het meldpunt kunnen waar mogelijk lokaal uitgewerkt worden Het MBZ zorgt hierbij voor toegeleiding van passende zorg vanuit het wijkteam dan wel vanuit het stedelijk zorg- en dienstverlenende netwerk. Onderzocht moet worden of en in hoeverre ingeval van buurtbemiddeling er specifieke mediatorskwaliteiten ontwikkeld moeten worden binnen betrokken instellingen of dat deze reeds voorhanden zijn. Ook de mogelijkheden om buurtbewoners zelf te laten bemiddelen zoals bijvoorbeeld in Tilburg en Utrecht het geval is zou bestudeerd kunnen worden. In geval van woonoverlast zal in elk geval zowel het belang van het betreffende overlastgevende huishouden als dat van de buurt nauwgezet bewaakt moeten worden. In het komen tot een goede afweging zal het MBZ een belangrijke rol moeten spelen, opnieuw als ‘neutrale instelling’.
Drang en dwangmaatregelenMet een zo maximaal mogelijk oplijnen van de zorg rondom de woonproblematiek en het bevorderen van buurtbemiddeling zou de woonproblematiek tot het verleden moeten gaan behoren. Maar helaas, er zijn altijd grenzen. Daar waar zorg en bemiddeling stuiten op geweld en van geen enkele samenwerking sprake kan zijn, zal in kaart gebracht moeten worden welke mogelijkheden er zijn om drang en dwang uit te oefenen. Het MBZ is de aangewezen instantie om vanuit haar (uitvoerende) regiefunctie deze grens aan te geven. Zij houdt daartoe nauwlettend het gehele proces in gaten, maakt vooraf heldere afspraken met betreffend huishouden en geeft aan waar de grenzen liggen van haar interventies en waar zij doorverwijst naar bijvoorbeeld politie en justitie. Een en ander staat omschreven in het agressieprotocol.
Aanvullend is een helder sanctiebeleid noodzakelijk. De verschillende drang- en dwanginstrumenten die organisaties ter beschikking staan, vanuit het civiel- en administratief recht, zijn des te effectiever als deze gestructureerd worden ingezet. Het is essentieel voor de oplossing van de woonproblematiek dat helder is dat van betreffend huishouden maximale inspanning, weliswaar naar vermogen, gevraagd mag worden en dat er grenzen zijn ten behoeve van het algemeen belang. In het uiterste geval zal een huisuitzetting niet voorkomen kunnen worden. In deze voeren woningbouwverenigingen zelfstandig een beleid. Middels convenanten zal tot een goede afstemming gekomen moeten worden, met name daar waar kinderen in het spel zijn. Voorafgaand aan uitzetting zal in geval van kinderen een gerichte nazorg gewaarborgd moeten zijn en kan niet volstaan worden met het uitgangspunt, zoals nu gebruikelijk blijkt te zijn, dat men vermoedt dat betreffend gezin wel ergens terecht kan.
In voorkomende gevallen, waar het gaat om huishoudens zonder kinderen, zou aan de mogelijkheid van containerbewoning overgegaan kunnen worden zoals in Kampen en Amsterdam reeds het geval is. Het gaat dan om die situaties waarin op geen enkele wijze enige samenwerking met betreffende huishoudens mogelijk is en drang en dwangmaatregelen niet effectief blijken of toepasbaar zijn. Bij zou deze vorm van bewoning moet wel een intensieve begeleiding worden ingezet en daar waar mogelijk moet gezocht worden naar een beleid van tweede kans wonen.
NawoordIn de voornoemde problematiek gaat veel geld om. Het aantal problematische situaties blijkt ondanks de inzet van velerlei betrokkenen onvoldoende adequaat te kunnen worden aangepakt. Hierbij speelt de verslechterde economische situatie, de extra-muralisering van de zorg en de hogere eisen die aan de burgers worden gesteld een rol maar evenzeer heeft invloed de wijze waarop hulp geboden wordt. Regievoering, buurtbemiddeling en een helder sanctiebeleid met daarbij behorende adequate oplossingen kan de problematiek terugdringen. Het verdient aanbeveling om lopende het traject (regievoering door MBZ) onderzoek te doen naar een verdergaande integratie van reeds bestaande projecten in de vorm van verdergaande samenwerking, geen fusie van organisaties (zoals het project rondom huiselijk geweld, crisisinterventie, opvoedingsondersteuning). Een sluitende ketenaanpak met een heldere regievoering, van begin tot een of twee jaar na afloop) kan de problematiek indammen met uiteindelijk minder middelen om dat de inzet van de hulp effectiever is.
Onderwerp Zorg en openbare veiligheid
Programmanummer Veiligheid, 2210
Portefeuillehouder
G.
ter Horst
Initiatiefvoorstel van de gezamenlijke partijen SP, CDA, Groen Links
SP fractie (J. Verheijen)
Bezoek onze vernieuwde shop. Mooie kleding, leuke gadgets,
interessante boeken en rapporten...