nijmegen.sp.nl

Homepage SPNijmegen

Zoeken in Nijmegen

hulpdienst nijmegen 0243229388

SP Nijmegen :: Fractie

Schriftelijke vragen SP Fractie Nijmegen

Aan: Het College van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen

Van: Jos van Rens, namens de SP-fractie

Betreft: Schriftelijke vragen, conform artikel 39 van het reglement van orde

Onderwerp: Identificerende vragen bij aanvraag identiteitskaart

Nijmegen, 27 april 2005

Geacht College,

Bij mij zijn klachten binnengekomen over de vragen die (allochtone) burgers moeten beantwoorden bij de aanvraag van een identiteitskaart bij de Stadswinkel. Naar aanleiding van deze kwestie heb ik in eerste instantie informeel vragen gesteld aan de verantwoordelijke in uw college, mevrouw Guusje ter Horst. Uit de verkregen antwoorden van de Burgemeester blijkt dat aan burgers, bij de aanvraag van de identiteitskaart, een vraag wordt gesteld over de samenstelling van het huishouden van de buren. Ook naar namen van de buren wordt navraag gedaan in hetzelfde onderdeel. Het beantwoorden van dergelijke vragen wordt door burgers als kwetsend en onnodig ervaren. Onduidelijk is welke consequenties er verbonden worden aan het niet beantwoorden van deze vragen. Het beantwoorden van deze vragen lijkt me niet relevant voor het toekennen van een identiteitskaart aan de persoon in kwestie. Natuurlijk vinden we dat wanneer iemand geen geldige identiteitspapieren kan overleggen identificerende vragen dient te beantwoorden maar dan wel over zijn eigen achtergrond en niet van de buren.

Op 22 maart heeft de NRC bericht dat het College Bescherming Persoonsgegevens Nijmegen toestemming heeft gegeven om gegevens van burgers uit te wisselen met politie, justitie, welzijnswerk en gemeente. Het is niet duidelijk welke waarborgen er voor de burgers zijn ingebouwd om hun privacy te beschermen zeker als mocht blijken dat burgers worden uitgehoord over hun buren. Om meer duidelijkheid te krijgen over de beweegredenen van het stellen van deze vragen en garanties ten aanzien van de privacy van de burgers lijkt ons een aanpassing van het vragenformulier op zijn plaats.

Naar aanleiding van het bovenstaande wil de SP fractie graag het volgende van uw college weten.

  1. Waarom worden er bij het aanvragen van een identiteitskaart bij het loket Burgerzaken van de Stadswinkel vragen gesteld over de samenstelling van het huishouden en de namen van de buren gevraagd?

  2. Wordt een aanvraag voor een identiteitskaart geweigerd wanneer de burger geen antwoord wenst te geven op onnodige vragen over de buren?

  3. Worden persoongegevens van burgers momenteel door onze gemeente uitgewisseld met politie, justitie en welzijnswerk? Met welk doel vindt deze uitwisseling plaats en welke waarborgen heeft u ingebouwd om de privacy van de burger te bewaken en te waarborgen?

  4. Is het gebruikte formulier standaard en wordt dit formulier ook in andere gemeenten gebruikt? Zo nee waarom en op welke wijze wijkt u mogelijk af van de gestelde identificerende vragen?

  5. Wilt u de identificerende vragen, die betrekking hebben op de buren, schrappen uit het gemeentelijke vragenformulier? Zo nee waarom niet?

  6. Wilt u de mogelijke beweegredenen van uw handelswijze uitleggen op de gemeentelijke pagina in de Brug om mogelijk meer begrip te krijgen bij de burgers?

Met vriendelijke groet,

Namens de SP-fractie,

Jos van Rens

 

Antwoorden van het college van B&W

Geachte heer van Rens,

Hierbij willen wij reageren op vragen van uw lid, de heer van Rens, gedateerd 28 april 2005 over identificerende vragen bij de aanvraag van een identiteitskaart.

De afgelopen jaren is een toename geconstateerd van fraude bij de identiteitsvaststelling. Aangezien de huidige generatie reisdocumenten redelijk fraudebestendig is en de beveiliging binnen de afgifteposten is verbeterd, is sprake van een verschuivingseffect naar de aanvraagprocedure. Men probeert in toenemende mate bij de aanvraag van een reisdocument op oneigenlijke gronden reisdocumenten aan te vragen. Aanvraag op oneigenlijke gronden betekent, dat men gebruik maakt van de personalia van een andere persoon en op grond van deze gegevens tracht een reisdocument te verkrijgen.

In verband met het vorenstaande zijn door de wetgever verscherpte eisen gesteld bij de identiteitsvaststelling. Deze verscherpte eisen hebben zowel betrekking op een Nederlandse identiteitskaart als een paspoort. De volgende artikelen van de Paspoortwet en de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN) zijn hierbij relevant.

Op grond van artikel 28 van de Paspoortwet moet de nodige zekerheid over de identiteit van de aanvragen worden verschaf. In de PUN worden nadere regels gesteld. Artikel 22, lid 1 en 2 van de PUN bepalen het volgende:

"1. Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van de aanvrager wordt gebruik gemaakt van het door de aanvrager overgelegde Nederlandse reisdocument, alsmede van de gegevens die over de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen.

2. Indien de aanvrager niet in staat is een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument over te leggen, de in het overgelegde reisdocument vermelde gegevens afwijken van de gegevens die over de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen, dan wel anderszins onvoldoende zekerheid bestaat over de identiteit van de aanvrager, worden de in de

reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens behorende bij het eerder aan betrokkene uitgereikte reisdocument, niet zijnde een nooddocument, geraadpleegd. Tevens worden in dat geval nadere identificerende vragen gesteld."

Identificerende vragen worden alleen gesteld als er onvoldoende zekerheid bestaat over de identiteit van de aanvrager. Onvoldoende zekerheid over de identiteit is er als betrokkene geen oud reisdocument, rijbewijs of verblijfsdocument kan overleggen. Artikel 22, lid 2 van de PUN geeft dit aan.

Voor de identificerende vragen wordt gebruik gemaakt van een vragenformulier dat onderdeel uitmaakt van Beveiligingsnet 2001. Beveiligingsnet 2001 is ontwikkeld in opdracht van het agentschap basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksaangelegenheden (BZK). Het vragenformulier dat in Nijmegen gebruikt wordt komt in grote lijnen overeen met het vragenformulier dat onderdeel uitmaakt van Beveiligingsnet 2001. De vragen die gesteld worden betreffen gegevens die controleerbaar zijn via het bevolkingssysteem GBA. Het doel is geen ander dan een eenduidige identiteitsvaststelling.

De inhoud van deze procedure is vertrouwelijk en dient uitsluitend bekend te zijn aan de betrokken medewerkers bij Burgerzaken. Als de inhoud breed bekend zou zijn, kunnen kwaadwillende aanvragers zich voorbereiden op de vragen. Dit is dan ook de reden waarom wij het vragenformulier niet als bijlage hebben bijgevoegd.

Onderstaand gaan wij op de vragen in.

  1. Waarom worden er bij het aanvragen van een identiteitskaart bij het loket Burgerzaken van de Stadswinkel vragen gesteld over de samenstelling van het huishouden en de namen van de buren?

Een van de vragen betreft inderdaad de buren en luidt: "Hoe heten uw huidige buren en op welk huisnummer wonen zij?". Hierbij komt niet de samenstelling van het huishouden van de buren aan de orde. De vraag en eventueel antwoord zijn in onze ogen geen inbreuk op de privacy. In het landelijk model wordt overigens wel gevraagd naar de gezinssamenstellingprivacy.

  1. Wordt een aanvraag voor een identiteitskaart geweigerd wanneer de burger geen antwoord wenst te geven op onnodige vragen over de buren?

Als iemand onvoldoende antwoord kan geven op de identificerende vragen wordt geconcludeerd dat de identiteit van betrokkene langs deze weg niet eenduidig is te verifiëren. In overleg met het management wordt vervolgens vastgesteld op welke wijze verificatie alsnog dient te geschieden. In ieder geval vindt de definitieve identiteitsvaststelling op dat moment niet plaats. Tot op dit moment is bij iedere aanvraag waarbij identificerende vragen zijn gesteld de identiteit eenduidig vastgesteld. Het is dus nog niet nodig geweest op een andere wijze de identiteit vast te stellen.

Een Nederlandse Identiteitskaart (NIK) mag op grond van artikel 16A van de Paspoortwet niet geweigerd worden. Iedere Nederlander heeft recht op een NIK. Nut en noodzaak van de vragen die gesteld worden, zijn ingegeven door de noodzaak te komen tot een eenduidige identificatie.

  1. Worden persoonsgegevens van burgers momenteel door onze gemeente uitgewisseld met politie, justitie en welzijnswerk? Met welk doel vindt deze uitwisseling plaats en welke waarborgen heeft u ingebouwd om de privacy van de burger te bewaken?

Uitwisseling van persoonsgegevens tussen politie, justitie, welzijnswerk en gemeente vindt niet plaats. Bij de gemeente bekende persoonsgegevens zijn wel beschikbaar voor deze instanties.

Zo krijgt Welzijnswerk persoonsgegevens op grond van artikel 7 van de Privacyverordening gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens met inachtneming van artikel 100 Wet GBA. Deze verordening is bij raadsbesluit van 22 september 2004 vastgesteld. Hierin staat dat welzijnswerk gegevens krijgen als schriftelijk wordt gevraagd om gegevens. Daarnaast moet het verzoek duidelijk het doel van de verstrekking vermelden, waarbij het doel betrekking moet hebben op de taakuitoefening van de gesubsidieerde instelling.

Politieautoriteiten hebben recht op ieder persoonsgegeven dat is opgenomen in de bevolkingsadministratie. Hiervoor hebben de politieautoriteiten verschillende mogelijkheden ter beschikking. De politieautoriteiten zijn landelijk geautoriseerd voor de GBA en kunnen onder andere gebruik maken van de Landelijk Raadpleegbare Deelverzameling. Dit is een landelijk bestand van alle inwoners van Nederland met een beperkte set gegevens.

De plaatselijke politie heeft rechtstreeks toegang tot de gegevens van de bevolkingsadministratie. Dit is geregeld in artikel 5 van de Privacyverordening gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Waarborgen ter bescherming van de privacy van de burger zijn gericht op misbruik door de instanties die rechtstreekse toegang hebben tot de bevolkingsadministratie. Geheimhoudingsverklaringen, ambtseed en de mogelijkheid van een controle aan de hand van logging van de gegevens worden hierbij gehanteerd.

  1. Is het gebruikte formulier standaard en wordt dit formulier ook in andere gemeenten gebruikt? Zo nee waarom en op welke wijze wijkt u mogelijk af van de gestelde identificerende vragen?

Het door onze gemeente in gebruik zijnde formulier volgt vrijwel geheel het standaardformulier dat in opdracht van agentschap BPR van het Ministerie van BZK is ontwikkeld. De afwijkingen zijn minimaal en betreffen nuttige aanvullingen op de vragen.

Wij weten dat het standaardformulier in andere gemeenten wordt gebruikt.

Alle vragen zijn er op gericht dat met behulp van onder andere de bevolkingsadministratie GBA kan worden geverifieerd of de antwoorden kloppen. Kortom er worden geen andere gegevens gevraagd dan waar Burgerzaken al de beschikking over heeft.

  1. Wilt u de identificerende vragen die betrekking hebben op de buren schrappen uit het gemeentelijk vragenformulier? Zo nee, waarom niet?

Wij zullen de vraag "Hoe heten uw huidige buren en op welk huisnummer wonen zij?" niet schrappen. Deze vraag komt ook voor op het landelijk formulier. Wij zien deze vraag als een nuttig onderdeel van de vragenlijst en is naar onze mening niet kwetsend of overbodig.

  1. Wilt u in de werkinstructie van de ambtenaren opnemen dat burgers bij de mondelinge beantwoording van de vragen gelijktijdig het vragenformulier ter inzage krijgen om te kunnen beoordelen of geen overbodige vragen worden gesteld?

De burger ondertekent het ingevulde formulier identificerende vragen als de vragen zijn gesteld. Op dat moment kan de burger alle vragen en gegeven antwoorden inzien. Het formulier wordt vervolgens bewaard bij het betreffende dossier.

Hoogachtend,

college van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen,

De Burgemeester, De Secretaris,




mevr. dr. G. ter Horst ir. H.K.W. Bekkers

STOP DE AFBRAAK!


SP Nieuws