nijmegen.sp.nl

Homepage SPNijmegen

Zoeken in Nijmegen

hulpdienst nijmegen 0243229388

SP Nijmegen :: Fractie

Schriftelijke vragen SP Fractie Nijmegen

Aan: Het College van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen

Van: José Verheijen, namens de SP-fractie

Betreft: Schriftelijke vragen, conform artikel 39 van het reglement van orde

Onderwerp: Huisuitzetting / bijzondere zorg

 

Nijmegen, 7 februari 2005

 

Geacht college

 

Ofschoon meermalen aangegeven is door de wethouder zorg dat de gemeente alles op alles zet om huisuitzetting maximaal terug te dringen, blijkt toch nog in veel – te veel – gevallen dat woningbouwverenigingen zich genoodzaakt zien mensen op straat te zetten. Bij Portaal en Talis gaat het om 130 gevallen. Daaronder zijn ook gezinnen met kinderen. Gesteld wordt dat het in veel gevallen om huurschulden gaat en om bewoners die niet bereid zijn om mee te werken. In een aantal gevallen is er ook sprake van overlast in de buurt waarbij veelvuldig politie-optreden nodig blijkt.

Wat er met de gezinnen, en met name met de kinderen gebeurt, is niet altijd duidelijk, ook niet voor de betreffende woningbouwvereniging.

Onlangs is er een convenant afgesloten tussen de gemeente, de woningbouwverenigingen en de Gemeentelijke Kredietbank om de problematiek rondom de huurschuld te reguleren. Met bewoners worden dan afspraken gemaakt om met hulp van de kredietbank alsnog aan hun huurverplichtingen te kunnen voldoen. Maar is met alle bewoners wel een dergelijke afspraak te maken? Er zijn situaties bekend waarin psychische en/of psychiatrische problemen een rol spelen en het niet zonder meer een vorm van onwil is, maar veeleer een van onkunde en onmacht. Er zijn voorbeelden van huurders die tijdelijk hun huurverplichtingen niet nakwamen als gevolg van psychische problemen en vervolgens zonder enig pardon op straat terecht kwamen, ook de kinderen. De huurachterstand werd eenzijdig geïnterpreteerd als onwilligheid; er was namelijk ook niet op de aanmaningen gereageerd. Een adequate inzet van hulpverlening had hier mogelijkerwijs preventief kunnen werken.

Volgens het Meldpunt Bijzondere Zorg, waar tal van problematische situaties gemeld kunnen worden en interventie wordt geïnitieerd, weten de verschillende betrokken disciplines elkaar niet altijd te vinden. De ene keer doet een woningbouwvereniging een beroep op het meldpunt, de andere keer niet. De betrokken instellingen (hulpverlening, politie, woningbouwvereniging, maar ook justitie) zijn te weinig op elkaar ingespeeld, hebben te weinig kennis van elkaars werkwijze en zijn te veel gehouden aan hun eigen methodische en formele beperkingen. Hierdoor wordt nogal eens langs elkaar heen gewerkt met als gevolg dat de hulpverlening haar doel voorbij schiet. De vraag is of alleen onwil van de bewoners als reden voor uitzetting genoemd kan worden. Het ontbreken van een integrale zorgketen kan eveneens een rol spelen in het feit dat het misloopt. In het kader van psychiatrische problemen spelen wettelijke voorschriften(bijvoorbeeld de wet BOPZ) een belemmerende rol om doortastend in te grijpen.

Essentieel is ook de wijze van benadering. Niet zelden gaat het hierbij om mensen die zorg mijden uit angst. Soms wordt al te overhaast ingegrepen, soms hoort men verder niets meer. Het meldpunt heeft een systematiek ontworpen waarbij zij in 98% van de gevallen toegelaten worden en contact krijgen met de bewoners. De hulpvragen worden dan ook duidelijk aangegeven. In een geval ging het onder andere om het schoolverzuim van de kinderen, die in de buurt overlast veroorzaakten. Een leerplichtambtenaar werd niet toegelaten en deze handelde zijn rapportage af met: ongemotiveerd. Volgens het meldpunt had hier de Raad voor Kinderbescherming soelaas kunnen bieden omdat deze gerechtigd is de woning te betreden en als zodanig meer mogelijkheden heeft om contact te krijgen met de bewoners. In een enkel geval gaan ook medewerkers van het meldpunt mee omdat zij reeds contact gelegd hebben.

Volgens het Meldpunt Bijzondere Zorg ontbreekt het vooral aan regievoering: het meldpunt zou daartoe in staat zijn, maar daarover zijn de afspraken niet duidelijk en de middelen ontoereikend. Regievoering is wel heel essentieel: onder andere om af te stemmen wie wanneer wat moet doen en hoe er samengewerkt kan worden om in voorkomende gevallen ook druk uit te oefenen. Men moet elkaar weten te vinden en weten wat men aan elkaar heeft. Omdat instellingen vanuit verschillende geldstromen gefinancierd worden kan regievorming wel eens lastig zijn maar wellicht zijn er toch algemene afspraken te maken. Volgens het meldpunt is er in het veld van de hulpverlening veel belangstelling voor een dergelijke regievoering.

Met het op straat zetten van mensen is de problematiek niet opgelost, vaak verergert zij zelfs.

Met het oog op de groeiende dakloosheid moet in principe elke uitzetting voorkomen worden. De kans in groot dat mensen die op straat belanden alleen maar verder afglijden en aan kinderen niet de beste voedingsbodem wordt geboden om op te groeien tot een volwaardig burger. Ook tehuizen en pleeggezinnen bieden niet per se de beste oplossing.

Anderzijds zijn er natuurlijk grenzen met betrekking tot wat toelaatbaar is in een buurt. Als de overlast zodanig is dat dit grote problemen geeft zal er iets moeten gebeuren. Soms worden hele buurten geterroriseerd door een gezin en dat kan natuurlijk niet. In een dergelijk geval moet snel en doortastend kunnen worden opgetreden.

In Nijmegen bestaat nog geen 2e kans-wonen, maar hier zou mogelijkerwijs over gedacht kunnen worden, bijvoorbeeld in samenwerking met de crisisopvang en de RIBW. Gedacht zou kunnen worden aan het ter beschikking stellen van noodvoorzieningen (containers op een industrieterrein) alwaar via een intensieve begeleiding en strenge afspraken toegewerkt zou kunnen worden naar regulering van de situatie om aldus weer een woning te verdienen. Met name in geval de overlast gekoppeld is aan drugsproblematiek en criminaliteit zou dit een optie zijn. Hier zou overigens ook, meer dan nu het geval is, gekeken moet worden naar de sociaal-psychische en psychiatrische achtergrond (persoonlijkheidsproblemen) van deze groep. Justiti?e vrijheidsstraffen nemen weliswaar de overlast in de samenleving weg, maar de doelgroep wordt er veelal niet beter van. Niet zelden wordt een omgekeerd effect bereikt.

In dit kader zou ik de volgende vragen willen stellen:

  1. Kan de wethouder aangeven in hoeveel gevallen het bij huisuitzetting gaat om gezinnen met kinderen?
  2. In hoeveel gevallen weet de wethouder zeker dat de kinderen daarna goed terecht zijn gekomen?
  3. Kan de wethouder aangeven in hoeveel gevallen het primair om huurschuld gaat; om psychische en/ of psychiatrische problematiek, dan wel om situaties waarin criminele activiteiten een rol speelden?
  4. In hoeverre bestaat er de mogelijkheid om mensen met huurschulden onder curatele van de sociale dienst te stellen, zodat in elk geval huur, gas, water en licht gegarandeerd is?
  5. Is de wethouder op de hoogte van het standpunt van het Meldpunt Bijzondere Zorg dat instellingen als gevolg van een gebrek aan regievoering langs elkaar heen dreigen te werken of zelfs geen beroep op elkaar doen terwijl dit juist noodzakelijk is in voorkomende gevallen?
  6. Kan de wethouder zich vinden in het standpunt van het meldpunt? Zo ja, welke mogelijkheden ziet hij om hierin verbetering te brengen? Zo nee, wat zou er volgens de wethouder dan moeten gebeuren om het aantal huisuitzettingen te verminderen, zo mogelijk te voorkomen?
  7. Kan de wethouder aangeven of er mogelijkheden zijn om te instellingen beter op elkaar af te stemmen ondanks het feit dat er sprake is van verschillende geldstromen?
  8. Zijn er goede regelingen getroffen voor de opvang van kinderen in geval tot huisuitzetting wordt over gegaan? Is de wethouder bereid hierin garanties te geven?
  9. In sommige steden bestaat de mogelijkheid tot 2e kans wonen. Het gaat hierbij om noodvoorzieningen waarbij via intensieve begeleiding tot een meer aangepast gedrag gekomen wordt. De crisisopvang en de RIBW zouden hier een rol in kunnen spelen. Ziet de wethouder mogelijkheden om in samenspraak met de woningbouwverenigingen te komen tot een 2e kans beleid; in eerste instantie voor gezinnen met kinderen?

Met vriendelijke groet,

Namens de SP-fractie,

José Verheijen
Raadslid SP

 

Antwoorden van het college van B&W

Geachte mevrouw Verheijen,

Op 7 februari jl. heeft u ons conform artikel 39 van het reglement van orde schriftelijke vragen gesteld betreffende huisuitzetting / bijzondere zorg. Hieronder vindt u de beantwoording van deze vragen.

1. Kan de wethouder aangeven in hoeveel gevallen het bij huisuitzetting gaat om gezinnen met kinderen?

2. In hoeveel gevallen weet de wethouder zeker dat de kinderen daarna goed zijn terechtgekomen?

3. Kan de wethouder aangeven in hoeveel gevallen het primair om huurschuld gaat; om psychische en /of psychiatrische problematiek, dan wel om situaties waarin criminele activiteiten een rol speelden?

Antwoord:

De bovenstaande drie vragen kunnen niet in voldoende mate beantwoord worden omdat de corporaties hiervan geen centrale registratie bijhouden.

Iedere corporatie heeft zijn eigen wijze van administratie. Navraag bij de corporaties leert dat er in 70 tot 100 gevallen per jaar ontruimd wordt. Aangegeven wordt dat huishoudens met of zonder kinderen altijd wel op de een of andere manier opvang vinden. Is het niet bij vrienden of familie, dan is het wel bij een daarvoor toegeruste instelling. Situaties, dat er geen enkele opvang is, hoeven niet voor te komen. Een werkgroep bij de corporaties is bezig is met het ontwikkelen van een gezamenlijke visie op 2e kansbeleid; zij denken erover om bij de registratie het Meldpunt Bijzondere Zorg een rol te geven.

4. In hoeverre bestaat er de mogelijkheid om mensen met huurschulden onder curatele van de sociale dienst te stellen, zodat in elk geval huur, gas, water en licht gegarandeerd is?

Antwoord:

Op dit moment wordt bij dreigende huisuitzettingen in een zeer vroeg stadium al een minnelijk traject bij bureau Schuldhulpverlening (voormalige GKB+) aangeboden. Hiertoe is met de corporaties Talis en Portaal een convenant overeengekomen. Volledige budgettering kan deel uitmaken van een dergelijk traject. Dit betekent dat het inkomen van de betrokkene op de rekening van Bureau Schuldhulpverlening wordt gestort en dat alle betalingen (vaste lasten, huishoudgeld) hieruit gedaan worden terwijl betrokkene strakke budgetbegeleiding krijgt.


Verder kan voor mensen met een bijstandsuitkering op grond van artikel 57 van de Wet werk en bijstand aan de verlening van de bijstand de verplichting verbonden worden dat de belanghebbende (de klant) eraan meewerkt dat het college in naam van belanghebbende noodzakelijke betalingen uit de toegekende bijstand verricht.

Dit is niet hetzelfde als curatele, maar benadert dit wel. Overigens wordt dit al toegepast bij ca 900 van de 6650 bijstandsgerechtigden.

5. Is de wethouder op de hoogte van het standpunt van het meldpunt Bijzondere Zorg dat instellingen als gevolg van het gebrek aan regievoering langs elkaar heen dreigen te werken of zelfs geen beroep op elkaar doen terwijl dit juist noodzakelijk is in voorkomende gevallen?

Antwoord:

Ja, het college is daarvan op de hoogte.

6. Kan de wethouder zich vinden in het standpunt van het meldpunt? Zo ja, welke mogelijkheden ziet hij om hierin verbetering te brengen? Zo nee, wat zou er volgens de wethouder dan moeten gebeuren om het aantal huisuitzettingen te verminderen, zo mogelijk te voorkomen?

Antwoord:

Ja, het college kan zich vinden in dit standpunt. Het Meldpunt Bijzondere Zorg zou een regierol kunnen vervullen bij het voorkomen van uithuiszettingen, door de coördinatie en toeleiding naar zorg, begeleiding, schuldhulpverlening etc. op zich te nemen. Corporaties dienen signalen dan in een vroeg stadium te melden bij het meldpunt. De corporaties zijn bereid tot afstemming en samenwerking met de zorginstellingen.

Het Meldpunt heeft op dit moment echter te weinig capaciteit om deze regierol op zich te nemen. Een grove schatting wijst uit dat het Meldpunt een halve fte extra nodig zou hebben om de regietaak ten aanzien van de (totale) groep met complexe samengestelde problemen uit te kunnen voeren. Dit vraagt om uitbreiding van middelen voor het Meldpunt.

Momenteel is een regionaal plan maatschappelijke zorg en OGGZ in voorbereiding. Hierin zullen nadere voorstellen worden gedaan over de positie en de rol van het Meldpunt.

7. Kan de wethouder aangeven of er mogelijkheden zijn om de instellingen beter op elkaar af te stemmen ondanks het feit dat er sprake is van verschillende geldstromen?

Antwoord:

Een oplossing ligt in het verstevigen van de keten preventie-signalering-begeleiding-opvang-nazorg. Het Meldpunt speelt hier een belangrijke rol in en kan die ook waarmaken als er extra capaciteit beschikbaar zou zijn. Om de samenwerking beter te organiseren zijn extra middelen nodig, zoals beschreven onder vraag 6.

8. Zijn er goede regelingen getroffen voor de opvang van kinderen in geval tot huisuitzetting wordt overgegaan? Is de wethouder bereid hierin garanties te geven?

Antwoord:

Er zijn nu geen goede, algemeen geldende regelingen. Nu wordt vaak ad hoc gereageerd. Soms lukt het om de huisuitzetting met een maand uit te stellen, zodat er nog opvang voor kinderen geregeld kan worden.Er kunnen geen garanties gegeven worden voor de opvang van kinderen in geval tot huisuitzetting wordt overgegaan. Het uitzettingsbeleid staat op de agenda van het bestuurlijk overleg met de corporaties. Wij zullen daarbij aandacht vragen voor de positie van kinderen.

9. In sommige steden bestaan de mogelijkheid tot 2e kans wonen. Het gaat hierbij om noodvoorzieningen waarbij via intensieve begeleiding tot een meer aangepast gedrag gekomen wordt. De crisisopvang en de RIBW zouden hierin een rol kunnen spelen. Ziet de wethouder mogelijkheden om in samenspraak met de woningbouwverenigingen te komen tot een 2e kans beleid; in eerste instantie voor gezinnen met kinderen.

Antwoord:

De wethouder Volkshuisvesting heeft de corporaties gevraagd te komen met een visie op 2e-kans-wonen. Het staat dus op de bestuurlijke agenda.

Hoogachtend,

college van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen,

De Burgemeester, De Secretaris,




mevr. dr. G. ter Horst ir. H.K.W. Bekkers

STOP DE AFBRAAK!


SP Weblog

Volg ons

SP Nijmegen op Twitter SP Nijmegen op facebook SP Nijmegen op Hyves SP Nijmegen op YouTube

SP Nieuws
Tweede Kamerverkiezingen 12 september 2012
1 voor allen
Laat zien waarom je SP-lid bent

Vroeg of laat
Studio SP
top