College van B&W
Korte Nieuwstraat 6
6511 PP NIJMEGEN
Nijmegen, 29 november 2004
Aan: Het College van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen
Van: Jos van Rens, namens de SP-fractie
Betreft: Schriftelijke vragen, conform artikel 39 van het reglement van
orde
Onderwerp: De dijkteruglegging in Lent
Geacht College,
Op 19 november 2004 heeft de Provincie Gelderland in een persbericht gemeld dat zij de dijkteruglegging als meest duurzame oplossing ziet in de strijd tegen het hoogwater. De dijken zijn in 2000 opgehoogd om 15.000 m3 water per seconde bij Lobith te kunnen verwerken. Nu wordt uitgegaan van 18.000 m3 per seconde terwijl aan de Nijmeegse kant door het Waterschap plannen worden gemaakt om de keermuur bij de Waalkade tot 15.000 m3 water per seconde veilig te maken! Blijkbaar wordt er met twee maten gemeten. Het Waterschap heeft in 2000 een voortreffelijke uitvoering gegeven aan de ophoging en verbetering van de dijken. Het is daarom vreemd dat ze nu kiezen voor dijkteruglegging. In de Gelderlander heeft uw college bij monde van wethouder Depla verklaard aangegeven dat er geen actieve lobby wordt ondernomen richting het Rijk en de Provincie om te pleiten voor het alternatief van de Lentse Warande. Zoals u heeft aangegeven voorziet het alternatief Lentse Warande in een vergelijkbare oplossing die minder ingrijpt en niet leidt tot sloop van 55 woningen in Lent. De identiteit van Veur Lent en haar cultuurhistorie met de monumentale woningen, monumentale bomen en doorbraakkolk met hoge natuurwaarde zullen door de dijkteruglegging verloren gaan. Het alternatief Lentse Warande voorziet in dijkhandhaving met een diepe geul in de uiterwaard en een reservering binnendijks. Het reserveringsgebied, de bestaande bebouwing en infrastructuur kunnen prima ingepast worden in de Waalsprongplannen. Het alternatief van Prof. Van Ellen kan rekenen op brede steun van tal van organisaties en belanghebbenden in onze gemeente.
Uw college heeft steeds volgehouden dat beide oplossingen goed zijn als de veiligheid bij hoogwater is gegarandeerd. Het alternatief Dijkhandhaving heeft minder ingrijpende gevolgen voor Lent. We vinden dat uw college het moet opnemen voor de bewoners van Veur Lent net zoals u het opneemt voor de horeca ondernemers aan de Waalkade. Bij dijkhandhaving wordt de kweldruk niet landinwaarts naar Lent en de rest van het Waalspronggebied verlegd, hoeft er geen vervuild Rijnwater via de Linge te worden ingelaten om de singels in het Waalspronggebied bij laag water in de Waal op peil te houden en levert de fraaie banaanvormige geul van Van Ellen bovendien bijzondere recreatieve (vissen, spelevaren en visserspad) mogelijkheden in een groen contrast met de stenige Waalkade. Tenslotte de hinder bij de uitvoering zal aanmerkelijk minder zijn. Rijkswaterstaat en de Provincie kiezen voor Dijkteruglegging als beste aanpak voor een watermassa van 18.000 kuub per seconde. Die hoeveelheid zal nooit bij Lobith passeren, in Duitsland gaat men uit van een nuchtere risico beleving en worden de dijken op 16.500 kuub per seconde gedimensioneerd. De Staatssecretaris zal waarschijnlijk begin volgend jaar een definitief besluit nemen.
Naar aanleiding van het bovenstaande wil de SP fractie graag het volgende van uw college weten:
(Onder de vraag staat het antwoord van B&W)
1. Welke stappen heeft uw college ondernomen om de provincie Gelderland op andere gedachten te brengen ten aanzien van de te volgen norm voor het maatgevend hoog water (16.000, overheid 18.000, provincie) bij Nijmegen? Als u zich niet neer legt bij het MHW van 18.000 bij Nijmegen wilt u dan alsnog actief gaan lobbyen in het belang van de burgers van Nijmegen voor handhaving van de dijk, het uitdiepen van de uiterwaard en de ruimtelijke reservering van de Stelt en de Schans?
Parallel aan de milieueffectrapportage werd door de Duits-Nederlandse Werkgroep Hoogwater (ministerie van Milieu van Nordrhein-Westfalen, provincie Gelderland en ministerie van Verkeer en Waterstaat) onderzoek verricht naar de hoeveelheid hoogwater die via de Rijn naar Nederland kan komen. De resultaten hiervan zijn samengevat in de rapportage"Grensoverschrijdende effecten van extreem hoogwater op de Niederrhein" (Oktober 2004).
Uit dit onderzoek blijkt dat de verwachting is dat in de toekomst de maatgevende afvoer hoger wordt dan de huidige 16.000 m3/s.
Hoeveel is niet precies te zeggen, dat is namelijk sterk afhankelijk van zowel de ontwikkeling van het klimaat als van de maatregelen die in Duitsland worden genomen om overstromingen langs de Niederrhein te voorkomen. Deze onderzoeksresultaten bevestigen het belang van een doorkijk op de langere termijn waarbij wordt uitgegaan van een hogere maatgevende afvoer dan 16.000 m3/s. Wij hebben geen reden om de onderzoeksresultaten in twijfel te trekken.
Antwoord: Wij hebben bij Rijkswaterstaat nadrukkelijk gepleit om in het milieueffectrapport Dijkteruglegging Lent twee volwaardig uitgewerkte oplossingen te onderzoeken die een oplossing kan bieden voor de flessenhals bij Nijmegen. In dat verband hebben wij tijdens het opstellen van het milieueffectrapport Dijkteruglegging Lent er ook op gelet en gewezen dat het plan Lentse Warande, naast een dijkteruglegging met een nevengeul (plan Brokx) op een volwaardige manier wordt uitgewerkt en meegenomen in het Milieueffectrapport Dijkteruglegging.
Op 2 februari 2005 heeft de Gemeenteraad de motie "Dijkteruglegging te kort door de bocht" aanvaard. Naar aanleiding van deze motie hebben wij de Staatsecretaris van Verkeer en Waterstaat een brief gestuurd. In deze brief hebben wij de staatssecretaris verzocht het standpunt van de Gemeenteraad te betrekken bij haar keuze voor een oplossing voor de flessenhalsproblematiek bij lent. Bijgevoegd vindt u de brief die wij gestuurd hebben naar de staatssecretaris.
3. Welke mogelijkheden biedt de Lentse Warande voor wat betreft de ruimtelijke invulling en bouwplannen in het Waalspronggebied? Wat zijn de gevolgen van dit alternatief?Antwoord: De mogelijkheden die de Lentse Warande zou kunnen bieden zijn in opdracht van Rijkswaterstaat globaal onderzocht en neergelegd in de rapportage "Lentse Warande; uitwerking drie modellen" (1 november 2004). Deze drie modellen zijn ook gepresenteerd in de Raadscommissie Stadsgebieden op 17 januari 2005.
De manier waarop kan worden omgegaan met de reservering is uitgewerkt in een drietal modellen: afwachten, benutten en vormgeven. De gevolgen voor de ruimtelijke invulling en de bouwplannen zijn afhankelijk van het te kiezen model.
Uit deze globale verkenning blijkt dat een acceptabele ruimtelijke invulling denkbaar is. De variant vormgeven sluit het meeste aan bij de ambitie om de Waalsprong (zo veel mogelijk) af te ronden.
4. Heeft uitvoering van het alternatief Dijkhandhaving gevolgen voor de eerder toegekende vergoeding van het Rijk om de bereikbaarheid van Nijmegen aan beide kanten van de Waal te garanderen, en kunnen de uitgekeerde 90 miljoen euro worden behouden door de te reserveren gronden over te dragen aan Rijkswaterstaat? (PS RWS heeft dat voor 50 miljoen op de begroting gezet)Antwoord: Er liggen op dit moment twee volwaardige alternatieven voor: een dijkteruglegging met een nevengeul (plan Brokx) en het handhaven van de bestaande dijk, het vergraven van de uiterwaarden en een reserveringsgebied binnendijks (Lentse Warande). De hoofdkeuze is het tijdstip van realisatie. Wordt de dijk op korte termijn teruggelegd of wordt binnendijks een gebied gereserveerd om de dijk op lange termijn te kunnen terugleggen. Beide alternatieven zijn dus in wezen op te vatten als een dijkteruglegging. Vooralsnog gaan we er vanuit dat de reeds door het Rijk uitgekeerde 90 miljoen euro niet ter discussie staat.
5. Heeft u of leden van de Stuurgroep de alternatieven ook besproken met Duitse (overheid) instanties die zich bezighouden met de hoogwaterproblematiek van de Rijn? Wat is de uitkomst van het overleg in Rees over de voorgestelde alternatieven? Van welke hoeveelheden water per seconde bij Lobith gaan de Duitse deskundigen uit? heeft dat voor 50 miljoen op de begroting gezet)Antwoord: Rijkswaterstaat, lid van de stuurgroep Dijkteruglegging Lent, heeft actief geparticipeerd in de Duits-Nederlandse Werkgroep Hoogwater en veelvuldig gesproken met de Duitse instanties over hoogwater. Wij hebben zelf geen directe contacten met de Duitse instanties over de hoogwaterproblematiek op de Rijn en de Waal. Tijdens de conferentie in Rees zijn geen definitieve afspraken gemaakt maar is met name gesproken over de onderzoeksresultaten. De studie maakt duidelijk dat er in het stroomgebied van de Rijn neerslagsituaties mogelijk zijn die tot duidelijk hogere afvoeren leiden ten opzichte van de huidige normen. In hoeverre een hoogwatersituatie zich zal voordoen hangt af van de ontwikkeling van het klimaat en de maatregelen die in Duitsland worden genomen. In algemene zin wordt er vanuit gegaan dat de extreme hoogwaters in hoogte en frequentie zullen toenemen.
Ook de Duitse normen voor hoogwater zijn, mede in het licht van de Nederlands-Duitse Hoogwaterstudie, volop in discussie. De Duitse normen liggen op dit moment iets lager dan de Nederlandse normen. Daarbij moet aangetekend worden dat de Duitse autoriteiten andere ontwerp- en veiligheidseisen stellen met betrekking tot de waterkeringen hetgeen invloed heeft op de vergelijkbaarheid met de Nederlandse normen.
Met vriendelijke groet,
Namens de SP-fractie,
| Jos van Rens |
| Raadslid SP |
Bezoek onze vernieuwde shop. Mooie kleding, leuke gadgets,
interessante boeken en rapporten...