Moties bij Agendapunt 25. Eindrapportage Deltaplan voor Integratie met actieplan speerpunten multicultureel beleid 125/2004
1e indiener H. van Hooft jr. (SP)
De gemeenteraad van Nijmegen, bijeen op woensdag 14 juli 2004, overwegende
dat:
om succesvolle integratie van allochtonen mogelijk te maken gemengd
naar school gaan een belangrijke randvoorwaarde is
basisscholen primair bedoeld zijn voor de kinderen uit de wijk
en de schoolpopulatie hiervan idealiter een afspiegeling zou moeten zijn.
het sociaal economisch verschijnsel witte vlucht een
bedreiging vormt voor de gemengde samenstelling en het voortbestaan van
met name scholen in achterstandswijken
het huidige voorstel van enkele schoolbesturen om witte vlucht
over stadsdeelgrenzen tegen te gaan voorlopig op onvoldoende steun bij
de overige schoolbesturen kan rekenen
het op geen enkele wijze tegengaan van witte vlucht
op relatief korte termijn al desastreuze gevolgen kan hebben (opheffing)
voor enkele basisscholen.
witte vlucht momenteel door de gemeente wordt gefaciliteerd
door bij de toewijzing van onderwijshuisvestingsgelden op geen enkele
wijze rekening te houden met de (toekomstige) populatie van leerlingen
in een wijk.
hierdoor relatief veel onderwijshuisvestingsgeld en leerlingen
naar Nijmegen-Oost gaan en relatief weinig naar Nijmegen-West en Zuid.
Geeft het college opdracht:
1. om op korte termijn met de schoolbesturen in overleg te treden om te
komen tot een werkbaar en breed gedragen toelatingsmodel waarbij witte
vlucht effectief wordt tegengegaan.
2. de onderwijshuisvestingsgelden op een dusdanige manier in te zetten
dat segregatie in het onderwijs wordt tegengegaan.
Toelichting: De vrijheid van schoolkeuze is een groot goed dat door een overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking wordt ondersteund. Hetzelfde geldt voor gemengde scholen, waarvoor ook brede steun bestaat. In de praktijk blijkt echter dat witte vlucht als uitvloeisel van de vrijheid van schoolkeuze een bedreiging vormt voor het gemengd onderwijs. Daarom moet er naar een systeem gezocht worden waarbij het principe van de vrijheid van schoolkeuze wordt gerespecteerd, maar waarbij witte vlucht wel effectief wordt tegengegaan. Het huidige voorstel van enkele schoolbesturen om kinderen alleen toe te laten op basisscholen binnen de stadsdeelgrenzen waar zij wonen heeft enkele belangrijke nadelen. Als je toevallig vlak bij een stadsdeelgrens woont (en dat is al gauw 25 tot 50 procent van de mensen binnen zon stadsdeel) dan heb je geen toegang tot een school die net aan de overkant van die (willekeurige) grens ligt terwijl je wel terecht kan op een school een paar kilometer verderop aan de andere kant van je eigen stadsdeel. Een ander minder voorkomend ongewenst effect treed op als je naar een school buiten je stadsdeel wil en die school heeft nog ruimschoots voldoende plaats over. Die school zal dan in beginsel een leerling moeten weigeren, ondanks dat er plaats genoeg is. De scholen zelf maken zich vooral zorgen over de directe effecten op hun schoolpopulatie: hebben we straks nog wel voldoende leerlingen? Deze impasse kan mogelijk doorbroken worden door met schoolbesturen, onderwijzers en ouders niet één model als zaligmakend te bespreken, maar te bekijken of andere modellen te ontwikkelen zijn die net zo effectief zijn en op minder weerstand stuiten. Daarbij zou het verstandig zijn om met modellen te werken waarbij segregatie effectief wordt tegen gegaan terwijl de vrijheid van schoolkeuze als principe niet wordt aangetast. Een mogelijke oplossing is te werken met een toelatingsbeleid waarbij kinderen op scholen in hun eigen wijk (bijvoorbeeld de 5 dichtstbijzijnde scholen) altijd voorrang hebben op kinderen die buiten hun eigen wijk naar een school willen gaan. Daarmee wordt schoolgaan in de directe omgeving gestimuleerd en witte vlucht ontmoedigd. De vrijheid van schoolkeuze wordt hierdoor principieel niet aangetast. Alleen waar nu het adagium geldt: wie het eerst inschrijft wordt als eerste toegelaten, geldt dan: wie het dichtst in de buurt woont is als eerste aan de beurt. De positieve effecten hiervan zullen overigens beperkt zijn zolang de schoollokalen scheef verdeeld zijn over de stad. Een mogelijke oplossing hiervoor is te groeien naar een model waarbij onderwijshuisvestingsgelden afgestemd zijn op de basispopulatie van kinderen in de wijk zodat op langere termijn witte vlucht buiten de eigen wijk duurzaam wordt tegengegaan en de school een afspiegeling vormt van de wijk waarin deze is gevestigd. Immers voor vluchtende ouders is dan nog maar weinig plaats over op scholen buiten hun eigen wijk. Hen rest over het algemeen weinig anders dan het vinden van een goed toevluchtsoord in hun eigen wijk. Mochten er dan nog witte en zwarte scholen ontstaan (naast elkaar in dezelfde buurt) dan geeft dit ouders in elk geval veel meer handelingsperspectief dan nu om samen met de scholen te komen tot een oplossing van die problematiek.
Beslispunt 1
Voor: GL, PvdA, SP, CDA
Tegen: VVD, SLN, VSP, D66, NN
Beslispunt 1 aanvaard
Beslispunt 2
Voor: GL (van Eck), PvdA, SP
Tegen: GL (6), CDA, VVD, SLN, VSP, D66, NN
Beslispunt 2 verworpen
1e indiener H. van Hooft jr. (SP)
De gemeenteraad van Nijmegen, bijeen op woensdag 14 juli 2004, overwegende
dat:
om succesvolle integratie van allochtonen mogelijk te maken gemengd
wonen een belangrijke randvoorwaarde is
sociaal economische positie een belangrijke indicator is voor maatschappelijke
integratie.
het huidige woonruimteverdelingssysteem (Entree) op geen enkele
wijze rekening houdt met de inkomenspositie van woningzoekenden waardoor
er a een lagere slaagkans is voor de primaire doelgroep van sociale huurwoningen
b onbedoeld segregatie plaatsvindt langs inkomenslijnen (en daarmee langs
etnische lijnen).
Besluit:
1. in het woonruimteverdelingssyteem (Entree) de inkomenspositie van woningzoekenden
weer mee te wegen bij het toewijzen van woningen
2. geeft het college opdracht om een voorstel te ontwikkelen waarbij het
meewegen van inkomen maximaal bijdraagt aan het realiseren van gemengde
wijken.
Toelichting: Voor de invoering van Entree werden er bij de woningtoewijzing naast gezinsgrootte harde inkomensgrenzen gesteld. Dit betekende dat mensen uit de doelgroep voor sociale huurwoningen niet hoefden te concurreren met hogere inkomens. Nadeel hiervan was wel een relatief eenzijdige samenstelling van sociale huurwijken (al kwam het scheef wonen ook toen al veelvuldig voor) en dat succesvolle kinderen uit wijken met voornamelijk sociale woningbouw gedwongen werden te verhuizen naar duurdere wijken. Door het loslaten van inkomen als criterium bij de woningtoewijzing moet de primaire doelgroep (5500 actief woningzoekenden met een bruto jaarinkomen tot € 23.750) nu concurreren met een kleine 4000 woningzoekenden met een hoger inkomen. Naast een algemeen lagere slaagkans voor de primaire doelgroep leidt dit ertoe dat sociale huurwoningen in gewilde wijken (zoals Nijmegen Oost) steeds meer bevolkt worden door kansrijken op de woningmarkt, en minder gewilde wijken (zoals pagina 27 Agendapunt Omschrijving voorstel de maisonnettes in Meijhorst) worden bevolkt door kansarmen op de woningmarkt. Niet geheel toevallig gaat kansrijk vs kansarm op de woningmarkt vaak hand in hand met de sociaal economische positie van woningzoekenden. Zo is de slaagkans voor starter, minima, doelgroep en doelgroep+ in het 4-de kwartaal 2003 respectievelijk 3,4 - 3,8 - 5,7 6,7 procent terwijl de gemiddelde slaagkans 5,3 procent bedraagt. En daarbij is nog geen rekening gehouden met het feit dat mensen uit de doelgroep+ (bruto jaarinkomen > € 23.750) meer kans hebben in de vrij huur/koopsector naarmate hun inkomen stijgt. Waar er een relatie is tussen inkomenspositie en kansen op de woningmarkt is er statistisch gezien ook een duidelijke relatie tussen inkomenspositie en etnische afkomst. Relatief veel allochtonen verkeren immers op de onderste treden van de sociaal economische ladder. Voor nieuwkomers geldt bovendien dat zij daarnaast vaak starter zijn op de woningmarkt een daarmee per definitie in een nadelige positie verkeren tov doorstromers. Degene met de slechtste positie op de woningmarkt hebben alleen nog enige kans van slagen in de minst gewilde wijken van de stad. Samengevat: het huidige woonruimteverdelingsysteem leidt tot meer concurrentie, een lagere slaagkans voor de primaire doelgroep, segregatie langs inkomenslijnen en daarmee segregatie langs etnische lijnen. Deze ongewenste effecten zijn tegen te gaan door inkomen weer als criterium op te nemen bij de toewijzing van sociale woningen. Dit betekent overigens niet dat er net als voor de invoering van Entree er weer een harde scheidslijn moet komen tussen wel of niet behorende tot de doelgroep en daarmee wel of geen kans op een sociale huurwoning. Wel moet inkomen op een slimme manier worden meegewogen zodat: de doelgroep (bruto jaarinkomen tot € 23.750) over het algemeen meer kans krijgt op een sociale huurwoning. kansarmen op de woningmarkt meer kans krijgen in gewilde wijken (tegengaan van witte wijken) kansrijken op de woningmarkt meer kans krijgen in minder gewilde wijken (tegengaan van zwarte wijken) Daarmee zijn serieuze leefbaarheidsproblemen te voorkomen en is het niet meer nodig paardenmiddelen als het stellen van een absolute inkomenseis in te zetten om de eenzijdige samenstelling van een wijk (in grote mate uitkeringsafhankelijk) te doorbreken.
Voor: SP, VSP (Hulskorte)
Tegen: GL, PvdA, CDA, VVD, SLN, VSP (Lagerweij), D66, NN Motie verworpen
Het belangrijkste nieuws van de fractie valt te lezen op de nieuwspagina.
De raadsleden stellen regelmatig schriftelijke
vragen en dienen moties en amendementen
in bij raadsvergaderingen. Ook zijn de initiatiefvoorstellen te lezen en de belangrijkste debatbijdragen.
Op een aantal thema's worden dossiers bijgehouden.
De wethouders hebben een aparte pagina, waar
ook valt te lezen hoe ze zijn te bereiken.
Contact opnemen kan ook. Kijk wanneer de fractieassistent aanwezig
is of vul direct een contactformulier in.
Welke kant de SP op wil in Nijmegen valt te lezen in het verkiezingsprogramma
2006 - 2010 .
Bezoek onze vernieuwde shop. Mooie kleding, leuke gadgets,
interessante boeken en rapporten...