Uitgesproken tijdens de raadsvergadering van 27 mei en 10 juni 2009 door Hans van Hooft jr.
Dit zou woensdag gehaktdag moeten zijn. Bij de jaarrekening moeten we er hier eens flink tegenaan gaan. Maar de treurigheid van deze jaarrekening is toch wel, dat hoe meer cijfers erin staan, hoe beter de cijfers zijn die erin staan en hoe transparanter hij wordt, hoe minder er over gedebatteerd wordt. Vroeger werd vooral veel gedebatteerd over de vormgeving. In de kamers heb ik in ieder geval gemerkt dat er nog nauwelijks over gedebatteerd is. Het is bijna een gesloten boek, een hamerstuk. Het is dat de heer Leferink op Reinink nog iets opvoert, anders was het helemaal niet spannend meer geweest. Maar goed, dat is misschien het treurige lot van de jaarrekening, aan de andere kant kunnen we ook zeggen dat dit het mooie lot van de stad is. De cijfers spreken boekdelen en we houden geld over. De reserves zijn echt heel erg goed op orde, die financiën staan als een huis. Daar mogen we als Nijmegen heel erg trots op zijn. Er zijn denk ik weinig steden die het financieel zo goed voor elkaar hebben als wij het op dit moment voor elkaar hebben. Dat is een compliment aan dit college, aan de wethouder van Financiën en ook zeker aan zijn voorganger.
De accountant heeft zelfs gezegd dat we bijna een rechtmatigheidverklaring zouden kunnen krijgen. Dat zegt nogal wat, want dat betekent dat je de zaakjes wel heel erg goed op orde moet hebben. Er waren nog een paar dingen rondom Europese aanbestedingen en dergelijke, waarvan ik denk dat we daar misschien niet eens een rechtmatigheidverklaring voor moeten willen, gezien de vele bureaucratie die daarbij komt kijken.
Financieel en alles in control hebbende, zitten we gewoon goed. Ook wij hebben wel enige zorgen, maar ik ga daar nu niet al te veel op in. Toch is er een aantal dingen, met name het
grotestedenbeleid, het grondbedrijf en de GEM. Daar zijn volgens mij de komende jaren de plekken waar de klappen gaan vallen. Het ziet ernaar uit dat het gemeentefonds nog wel even overeind blijft, in ieder geval het komend jaar. In het grotestedenbeleid gaat fors gesneden worden en ik denk dat bij het grondbedrijf en de GEM – omdat daar niet meer gebouwd wordt – de verliezen flink op zullen lopen. Ik verwacht dan ook dat het college, nadat de brief uit Den Haag is gekomen, dat is de meicirculaire die er onderhand zou moeten zijn of nog net niet.
Maar we willen in ieder geval, zo gauw we onze crisisbrief gaan bespreken, enigszins in beeld hebben in hoeverre we op dat soort risico’s zijn voorbereid. We hebben 70 miljoen euro in kas, om het zomaar te zeggen: de saldireserve en de ABR van het grondbedrijf, noem het maar als oorlogskas. Daar kun je het geen tien jaar mee uitzingen, maar daar kun je het wel een paar jaar mee uitzingen, als het over de crisis gaat. Onze inzet is dan ook dat wij niet gaan bezuinigen op de programma's, maar dat wij vooral – als het moet – interen. Daar heb je de reserves voor. Die heb je om in te teren in slechte tijden. Overigens is dat ook meteen de beste bijdrage aan de economie, want het betekent namelijk dat je de uitgaven op peil houdt.
Dan een ander punt. Ook over 2008. We hebben toen gemengd parkeren ingevoerd: vergunninghouders en mensen die overdag op de lege plaatsen van de vergunninghouders hun auto betaald konden parkeren, is een mooie gedachte. Wij als SP waren daar ook erg voor. Alleen blijkt dit in de praktijk erg weerbarstig te zijn. Mensen die 's avonds thuiskomen van hun werk kunnen met geen mogelijkheid hun auto kwijt, niet eens voor hun eigen deur maar ook niet iets verder naast de deur. We hebben dat onderzocht in een klein gebied binnen de singels tussen de Parkweg, Doddendaal en de Bloemerstraat. Het blijkt daar eigenlijk een regelrechte ramp te zijn. 40% van de bewoners, het grootste deel, zegt dan ook dat men het parkeren van vergunninghouders in de woonstraten gewoon weer in de oude glorie wil herstellen. Maar bewoners willen wel meedenken met de ondernemers. Daarom zegt 23% van de bewoners: in de woonstraten moet u het terugdraaien voor vergunninghouders, maar in de Bloemerstraat en in de Betouwstraat – waar veel winkels zijn – daar kunt u wel het gemengd parkeren handhaven in het belang van de ondernemers. Met die wetenschap in ons achterhoofd en de wetenschap dat bewoners in dat gebied daar ook nog zelf tellingen hebben gedaan en daaruit ook duidelijke conclusies hebben getrok-ken, willen wij een motie indienen: 'Vergunninghouders voorrang'. Die komt als het goed is nu op uw bureau.
Tot slot wil ik de heer Leferink op Reinink toch ook nog even blij maken. U hebt net zo leuk uitgerekend dat de gemiddelde ondernemer in Nijmegen 14.000 euro kwijt is aan lasten en dat de gemiddelde ondernemer in Arnhem 8000 euro kwijt is. Een verschil van 6000 euro. Weet u hoeveel uur u iemand daarvoor aan het werk kunt zetten? Daarvoor kunt u 4 uur per week iemand aan het werk zetten. Dit om even aan te geven welke vreselijke aanslag dat is op het budget van ondernemers. Het is en was en blijft peanuts.
Tweede termijn:
De brief van het college heeft ons in ieder geval geen aanleiding gegeven om onze motie in te trekken. De motie blijft dus gewoon staan. Dat om te beginnen. Ik heb daarover ook nog met de wethouder gesproken. Hij heeft mij verzocht om in ieder geval de Dodden-daal uit te sluiten en daar dus wel gemengd parkeren toe te staan. Wat ons betreft doen we dat voor-alsnog niet en blijft het uitgangspunt: ook de Doddendaal terug naar het vergunningengebied. Maar u mag de motie zo lezen, dat u van ons wel de ruimte krijgt om bij de Doddendaal – in overleg met de bewoners – te bekijken of u daar mogelijk wel tot gemengd parkeren kunt komen. Maar vooralsnog zeggen wij dat wij het uitgangspunt handhaven dat dit ook vergunningengebied wordt.
Bezoek onze vernieuwde shop. Mooie kleding, leuke gadgets,
interessante boeken en rapporten...