Uitgesproken tijdens de raadsvergadering van 4 juni 2008 door Hans van Hooft jr.
Ik wil beginnen met een felicitatie aan het college, aan de jongens en meisjes van Concern en aan de programmamanagers. De jaarrekening is wat betreft opzet en inhoud weer een paar klassen beter dan die van vorig jaar en toen was hij al behoorlijk goed. Overal zijn heldere doelstellingen geformuleerd. Er wordt gewerkt met een behoorlijke set indicatoren, wat samen een redelijk beeld geeft in hoeverre beoogde doelen gerealiseerd zijn. Niet dat hieraan niets te verbeteren valt, maar daarover gaat de auditcommissie zich het komende jaar in samenspraak met het college buigen. Dat lijkt mij heel verstandig.
Ook over het financieel resultaat mogen wij tevreden zijn. Het vermogen is toegenomen van 205 miljoen euro naar 215 miljoen euro. Ik heb de oude rekening van 2002 bekeken. Op 1 januari bedroeg het eigen vermogen toen 153 miljoen euro. Dat betekent dat de vermogenspositie in vijf jaar tijd met eenderde is verbeterd, ruim 60 miljoen euro. Een van de gevolgen is dat de reserves op dit moment dik op orde zijn. De ABA grondbedrijf was jarenlang een zorgenkindje en ook de saldireserve leek jarenlang een bodemloze put waar ieder overschot diep in verdween. Al die problemen zijn opgelost en dat is een dikke felicitatie aan het adres van dit college waard. Waar links de naam heeft geld met bakken uit te geven zonder dat er een deugdelijke financiering onder zit, blijkt nu dat het tegendeel het geval is.
De belastingdruk in Nijmegen was gemiddeld. Door de stijging van de rioolheffing zijn wij in één klap op de tweede plaats terechtgekomen. Binnen nu en twee jaar staan wij weer op gemiddeld, waar wij thuishoren. Gezien het voorstel dat in de perspectievennota staat om de rioolheffing te verlagen, denk ik dat het wellicht al binnen een jaar lukt. Ik vind dat Nijmegen niet de een na duurste stad van Nederland moet zijn. Nijmegen moet qua lastendruk een normale stad zijn en een sublieme stad qua voorzieningen.
Alle financiële problemen zijn opgelost. Het college heeft inderdaad veel geld uitgetrokken. Veel meer geld voor kleinschalige voorzieningen in de wijken, speeltuintjes, trapveldjes en jeugdhonken. Er komen nieuwe wijkaccommodaties in het Willemskwartier, Waterkwartier, Heseveld en Hatert. Er komt een nieuw bibliotheekfiliaal in Lindenholt. Er gaat veel extra geld naar sport, ook in de wijken. Voor onderhoud van de openbare ruimte, en schoon en veilig heeft dit college fors meer geld uitgetrokken dan in het verleden het geval was. Dit college geeft inderdaad bakken met geld uit aan zaken die er voor de Nijmeegse bevolking toe doen. Daarbij is het college er ook in geslaagd om de financiële huishouding op orde te krijgen. Tijdens de kamerbehandeling heb ik de accountant voor het eerst horen zeggen dat de organisatie financieel in control is. Ik maakte toen de opmerking dat dat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog is, waarop Peter Breukers van de PvdA zei dat ik mij vergiste omdat het voor het eerst sinds Napoleon is.
Het is een leuk grapje, maar het geeft aan dat er de afgelopen jaren in het gemeentehuis in Nijmegen een stille revolutie heeft plaatsgevonden. De oppositie heeft de afgelopen jaren geen mogelijkheid onbenut gelaten om te melden deze wethouder Financiën nergens voor deugt. Ik wil er fijntjes op wijzen dat het deze wethouder is geweest die de afgelopen jaren de puinhopen heeft opgeruimd die het CDA en de VVD zes jaar geleden achterlieten. De eerste twee jaar waren letterlijk puinruimen. Het ene na het andere lijk viel uit de kast. Ik weet niet of u zich de discussie in de Goffert herinnert over het grotestedenbeleid? Eind jaren negentig werd ons al gemeld dat het financiële systeem ernstig tekortschoot. De invoering van het nieuwe systeem is door voorgaande wethouders minstens vier jaar vooruitgeschoven. Deze wethouder had natuurlijk risicoloos kunnen voortmodderen op de oude weg en zich een jaar financiële ellende kunnen besparen door het nieuwe financiële systeem niet in te voeren. Hij heeft er een jaar ellende van gehad, maar wij plukken er nu de vruchten van. Dan hadden wij geen Marikenrapport gehad, maar het Marikenrapport kwam op een moment dat het budgetrecht van de raad weer enigszins op orde raakte en de financiën redelijk onder controle waren.
Als ik de financiën van de afgelopen zes jaar moet samenvatten dan is dat twee jaar puinruimen, twee jaar organisatie en systeem op orde brengen en daarna twee jaar om de financiën in control te krijgen. Ik moet zeggen dat dat gelukt is. Waar in het verleden het ene tekort onder het tapijt werd geveegd door er een overschot van elders overheen te leggen, is dat nu verleden tijd. Er wordt niet meer aangerommeld, zoals in het verleden eerder regel dan uitzondering was. Waar de rechtse oppositie de afgelopen jaren de vrijheid heeft genomen om de wethouder Financiën op zeer onterechte gronden af te branden, neem ik de vrijheid om te melden dat onder de verantwoordelijkheid van deze linkse wethouder Financiën de puinhopen van rechts eindelijk zijn opgeruimd. Daar mag wat mij betreft de vlag voor uit.
Een punt dat wij nog wel voor elkaar moeten krijgen, is de personele formatie. Organisaties waar het financieel voor de wind gaat, neigen namelijk sterk uit te breiden. Het geld kan niet op, dus voor elk probleem wordt nieuw personeel aangenomen of worden mensen ingehuurd. De gemiddelde formatie was in 2006 1583 fte. In 2007 was dat 1855 fte. Dat is 282 fte meer dan in 2006. Dit komt redelijk overeen met de ramingen, maar toch is er sprake van een forse uitbreiding. Bij de inhuur zien wij een ander fenomeen. Door de forse uitbreiding van het vaste personeel is de inhuur sterk afgenomen van 21 miljoen euro naar 15 miljoen euro. Aan de andere kant wordt er veel meer ingehuurd dan de bedoeling was, namelijk 9,1 miljoen euro. Waar de financiën op orde zijn, geldt dat nog niet voor het sturen op personele formatie. Ook dat is een dergelijk fijne erfenis uit het verleden van onze neoliberale vrienden.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de vorige wethouder van P&O hier niet zoveel aan gedaan heeft. Hij had op dat moment ook wel andere dingen aan het hoofd, zoals ik hiervoor al betoogd heb. De huidige wethouder P&O is druk doende om hier enige grip op te krijgen. Ik begrijp dat dat niet makkelijk is. Dat neemt niet weg dat wij ook op het vlak van de personele formatie zaken beter in de hand moeten krijgen. Dat kan alleen maar als wij bij de personeelsformatie sturen via de programma’s en niet via een soort lumpsumfinanciering op directieniveau.
Als wij onderscheid willen maken tussen overhead en daadwerkelijke uitvoering moeten wij ook onderscheid maken tussen het soort functionaris. Dat wil zeggen management (directeur, afdelingshoofd, bureauchef), ondersteuning (secretarieel, juridisch, communicatie en dergelijke), beleid (mensen die voor ons deze mooie boeken schrijven) en uitvoering. Vorig jaar is mij tijdens de behandeling van de jaarrekening toegezegd dat er werk van zou worden gemaakt om programmasturing op personeelsformatie voor elkaar te krijgen. In deze rekening zie ik daar nog niets van terug. Ik weet dat er op dit vlak een schone taak voor het college ligt om de formatie net als de financiën in control te krijgen. Daarom dien ik een motie in om u bij dit hardnekkige probleem een handje te helpen.
Bezoek onze vernieuwde shop. Mooie kleding, leuke gadgets,
interessante boeken en rapporten...